Terug naar
Natuur


Archief
2005/2008


-Afrikaanse top over bescherming laatste regenwouden

-Oproep Wereld Natuur Fonds: maak van negatieve voetafdruk positieve handdruk

-de natuur als winnaar uit de bus aldus het Wereld Natuur Fonds

-
Twee miljoen hectare Braziliaanse Amazone gered

-EU Tevreden met resultaat CITES-Conferentie

“Overheid moet zorgen voor samenhang tussen natuurgebieden”

-€ 500 mln.  aanvullende investeringen in de Waddenzee en het Waddengebied.

-Great Barrier Reef beter beschermd

-Heeft de Nederlandse jeugd nog iets met natuur?

-verzoening van mossel- kweek en natuurbehoud

-Hoe lang nog voor de Sumatraanse tijger ?

-Bijna 1600 reuzenpanda's in het wild. Nieuwe cijfers hoopgevend voor reuzenpanda

Allemaal in de weer… red de pandabeer

-Nieuw schelpdiervisserij-beleid voor  behoud Waddenzee

-Waterrijke gebieden jaarlijks ruim 56 miljard Euro waard

-Pleidooi vijf zeereservaten in Nederlandse Noordzee

-Vissen op kokkel nekt wadvogels

-Klimaatverandering extra reden voor samenhang van natuurgebieden

-Beschermde zeegebieden (MPA's) broodnodig om visserij impuls te geven

-ZeeInZicht
maakt het onzichtbare zichtbaar


-Veerman: uitzetten otters hervatten

- Duurzaam bosbeheer moet regenwoud redden

-Noordzee ministers willen beschermde gebieden op zee

-Noordzee en Baltische zee in slechte conditie

-Mijlpaal voor walvisbescherming

-Europa verwaarloost haar schatkamer onder water

-verantwoord, natuurvriendelijk toerisme

-Natuurkwaliteit als beschavingsnorm
 

 


 

 

   

Archief 2003/2004 terug naar natuur
 

Nederlanders willen donkergebieden

Van de Nederlandse bevolking vindt 52 procent het belangrijk dat het ’s nachts donker is buiten de bebouwde kom. Tweederde van de Nederlanders is voorstander van de aanwijzing van donkergebieden. Hinder en ergernis van lichtvervuiling ondervindt 48 procent. Het aantal mensen dat last heeft van ernstige hinder is in tien jaar tijd verdubbeld. Dat alles valt te lezen in het door Alterra in opdracht van Stichting Natuur en Milieu en de 12 provinciale Milieufederaties verrichte belevingsonderzoek ‘Donkere Nachten’ dat vandaag tijdens de conferentie ‘Mooi licht mooi donker’ wordt gepresenteerd.
lees verder....

Hoe lang nog
voor de
Sumatraanse tijger ?


© WWF-Canon / Alain COMPOST

Twee miljoen hectare
Braziliaanse Amazone gered

 

Tal van vissoorten en het koudwaterkoraal in de Atlantische Oceaan en de Baltische Zee staan onder druk. Hun aantallen nemen af, de visvoorraden zijn ontoereikend voor de commerciële visserij en tal van kwetsbare onderwatergebieden gaan achteruit of zijn al verwoest. ....lees verder....


 

De oerbossen van de wereld worden bedreigd.

Het Wereld Natuur Fonds voert campagne om de zeeschildpad te beschermen. In februari 2004 wordt op de internationale conferentie in Maleisië gesproken over beschermde zeegebieden.
De Nederlandse overheid zal ook aanwezig zijn. Help de zeeschildpad een veilige doorgang te verkrijgen. Stuur via e-mail een visum-verzoek voor de zeeschildpad naar de Nederlandse overheid.

Ja, ik help de zeeschildpad en doe mee aan de e-mailactie!


Lees meer op de oerbossen-actiesite!
greenpeace

 

Waarom we moeten knokken voor de Waddenzee:

- De Waddenzee is van levensbelang voor miljoenen trekvogels:
het is hun belangrijkste ‘wegrestaurant’ op de vliegroute van noord naar zuid.

- De Waddenzee is van levensbelang voor vele soorten vis:
het is hun ‘kraamkamer’.

- De Waddenzee is van levensbelang voor mensen:
nergens in ons land kun je zo genieten van rust en ruimte.

- De Waddenzee is uniek:
de Verenigde Naties wil het zelfs uitroepen tot Wereld Erfgoed.

http://www.knokmeevoordewaddenzee.nl/

 



Nieuwe dierenbibliotheek op jeugdsite Wereld Natuur Fonds

Op de internetsite www.wnf.nl/rangerclub/dierenbieb
 is van meer dan 500 dieren allerlei informatie en leuke weetjes te vinden.

Wil je weten hoe zwaar een olifant wordt? Waar de orang-oetan leeft? Of hoeveel eieren een zeeschildpad legt? In de nieuwe dierenbieb op de internetsite van de WNF-Rangerclub staan ruim 500 dieren. En elke dag komen er nieuwe dieren bij.

Bij elk dier vind je een foto, informatie over onder meer de maten en gewicht van het dier, waar het dier voorkomt, welk voedsel het eet en of het dier bedreigd is. Van sommige dieren is ook het geluid te horen. Van 20 dieren is extra veel informatie beschikbaar, handig voor een werkstuk of spreekbeurt of gewoon leuk, omdat je geïnteresseerd bent in dieren.

Via een zoekmachine kun je dieren opzoeken, maar dieren zijn ook op alfabet en op soort te vinden. Je favoriete dieren kun je een vaste plek geven op de startpagina van de dierenbieb.
 

 

Wereld Natuur Fonds start campagne geef het koraal weer kleur

Red het Great Barrier Reef  Wereld Natuur Fonds


Greenpeace
De Esperanza
Het nieuwe actieschip

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Nederlanders willen donkergebieden


febr. 2005


Van de Nederlandse bevolking vindt 52 procent het belangrijk dat het ’s nachts donker is buiten de bebouwde kom. Tweederde van de Nederlanders is voorstander van de aanwijzing van donkergebieden. Hinder en ergernis van lichtvervuiling ondervindt 48 procent. Het aantal mensen dat last heeft van ernstige hinder is in tien jaar tijd verdubbeld. Dat alles valt te lezen in het door Alterra in opdracht van Stichting Natuur en Milieu en de 12 provinciale Milieufederaties verrichte belevingsonderzoek ‘Donkere Nachten’ dat vandaag tijdens de conferentie ‘Mooi licht mooi donker’ wordt gepresenteerd.

De Alterra-studie is geïnspireerd op de eveneens vandaag verschijnende voorstudie van de Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO) ‘Mooi licht mooi donker’. Conclusie daaruit is dat veel lichthinder is te voorkomen door slimmer te verlichten. De huidige wet- en regelgeving biedt daar volgens de RMNO-studie voldoende mogelijkheden toe. De onderzoekers concluderen tevens dat ambtenaren en bestuurders het probleem lichthinder veelal negeren, terwijl het onder de bevolking wel degelijk leeft. ‘Mooi licht mooi donker’ wordt woensdag overhandigd aan staatssecretaris Pieter van Geel (VROM).
 
Nederlanders ergeren zich regelmatig aan overmatige verlichting. Het meest hinderlijk zijn verkeer, reclameverlichting, de lichtuitstoot van overmatige straatverlichting en de glastuinbouw. Vooral bewoners van het landelijk gebied, met name die uit de meer donkere provincies, hechten aan het behoud van de donkere nacht. Op initiatief van raadslid Marga Kool maakte de RMNO een inventarisatie van het verschijnsel lichthinder, waarin kennisaspecten en mogelijke oplossingen centraal staan. “Ik wist niet dat de ergernis zo groot was. Vanuit mijn passie voor een natuurlijk evenwicht tussen licht en donker begon ik aan dit onderzoek. Ik wilde graag weten hoeveel mensen hinder ondervonden van verlichting in hun woonomgeving en wat het wegvallen van de nachtelijke duisternis betekent voor het welbevinden en de gezondheid van mensen en dieren”, vertelt Kool. Vanuit die drijfveer begon zij aan het RMNO-project ‘Mooi licht mooi donker’.

Er is niets tegen mooie, verantwoorde verlichting, zo vinden zowel de milieuorganisaties als de Raad. Grote steden komen hierdoor tot leven. Uit het Alterra-onderzoek blijkt dat 80 tot 90 procent van de bevolking grote tot zeer grote voordelen ziet van verlichting voor de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en de mogelijk preventieve werking die ervan uitgaat tegen inbraak. Een stad komt juist tot leven door lichtreclames en verlichte straten, pleinen, gebouwen en wegen. Er is dus sprake van tegengestelde gevoelens. Opvallend is echter dat steeds meer mensen nadrukkelijk klagen over lichthinder en lichtvervuiling. Het gebrek aan duisternis kan het bioritme van mens en dier verstoren. Bovendien is er wellicht verband tussen lichthinder en stress bij mensen.
Natuur en Milieu en de 12 provinciale Milieufederaties zijn van mening dat iedere provincie uiterlijk in 2006 donkergebieden moeten aanwijzen, vooral om natuurgebieden donkerder te maken.
 
RMNO-raadslid Marga Kool bepleit consequente toepassing van bestaande wet- en regelgeving en het gebruik van verantwoorde vormen van verlichting waarmee een aanzienlijke verbetering kan worden bereikt. De RMNO roept beleidsmakers en bestuurders op het thema lichthinder als serieus issue op te pakken.
 
Zie: www.laathetdonkerdonker.nl

 
 
    terug naar boven  
   
 

Afrikaanse top over bescherming laatste regenwouden
WNF: actie nodig tegen illegale houtkap en stroperij


Leiders van zeven Afrikaanse landen komen op 4 en 5 februari bijeen op een topconferentie in Brazzaville, Kongo, om besluiten te nemen over de toekomst van bossen in Centraal-Afrika. Het Wereld Natuur Fonds waarschuwt dat tweederde van het tropische regenwoud in Centraal-Afrika binnen vijftig jaar verloren gaat, als de illegale houtkap, stroperij, en handel en smokkel op het huidige niveau doorgaan. Het WNF hoopt dat de leiders strenge maatregelen aankondigen om verdere vernietiging van het tropisch woud tegen te gaan.

De Centraal-Afrikaanse regio herbergt met 190 miljoen hectare een kwart van 's werelds tropische bossen en is na het Amazonegebied het grootste regenwoud ter wereld. In het gebied leven meer dan de helft van alle diersoorten in Afrika, waaronder alle laaglandgorilla's, en meer dan de helft van alle Afrikaanse bosolifanten. Daarnaast voorziet het regenwoud ongeveer 20 miljoen mensen van voedsel en onderkomen en is het gebied als leverancier van olie, mineralen en energie van essentieel belang voor de nationale economie van betrokken landen.

Een eerste topconferentie van de Centraal-Afrikaanse leiders, in maart 1999 in Yaoundé, Kameroen, kwam tot stand met hulp van het Wereld Natuur Fonds en heeft inmiddels geresulteerd in de instelling van miljoenen hectares nieuwe beschermde bosgebieden en een grensoverschrijdende samenwerking om bedreigde diersoorten veilig te stellen. Maar er moet nog veel meer gebeuren. Gerhard van den Top, directeur natuurbescherming Wereld Natuur Fonds: "Het is bijna zes jaar geleden dat de staatshoofden geschiedenis maakten door gezamenlijk actie te ondernemen voor de bossen. Nu sporen we hen aan om hun inspanningen op te voeren. Bijvoorbeeld door het instellen van efficiënte grenscontroles, verbetering van beheer van beschermde gebieden, verduurzamen van de bosbouwindustrie en het verstreken van lokaal bestuur en participatie van lokale bevolkingsgroepen daarbij."

Het Wereld Natuur Fonds verwacht dat de leiders tijdens de topconferentie het eerste regionale natuurbeschermingsverdrag in Afrika zullen ondertekenen en fondsen zullen oprichten voor een duurzame financiering van de implementatie ervan. Daarnaast wordt een akkoord getekend over de bescherming van een tri-nationaal gebied in Kameroen, Gabon en Kongo, dat bijna 15 miljoen hectare beslaat, ongeveer 7,5 procent van het hele tropische regenwoud in Centraal Afrika. Van den Top: "Pogingen om het regenwoud van Centraal-Afrika te redden zullen alleen slagen, als er voldoende geld wordt vrijgemaakt om sterke politieke beslissingen te kunnen opvolgen".

Drie houtmaatschappijen in Kameroen - Pallisco, Decolvenaere en Transformation Reef Cameroon - hebben aan de vooravond van de top bekend gemaakt dat zij de komende jaren gefaseerd over zullen stappen op de productie van duurzaam - FSC-gecertificeerd - hout. Zowel Decolvenaere als Transformation Reef Cameroon levert hout aan de Nederlandse markt.

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Oproep Wereld Natuur Fonds:
maak van negatieve voetafdruk positieve handdruk
 


Het Wereld Natuur Fonds roept overheden en bedrijven op vaart te maken met investeren in duurzaamheid. Het Living Planet Report, een publicatie van het internationale WWF die de impact van de menselijke activiteit op aarde in kaart brengt, wordt tweejaarlijks opgesteld. Het rapport dat vandaag uitkomt laat zien dat de ecologische voetafdruk van de mens op dit moment 20% groter is dan de biologische draagkracht van de aarde en dat populaties van diverse soorten planten en dieren gemiddeld met 40% in aantal zijn afgenomen tussen 1970 en 2000.

"We gebruiken de natuurlijke rijkdom sneller dan herstel mogelijk is", zegt Niek van Heijst, algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds. "Zo bouwen we een ecologische schuld op die niet af te betalen is, tenzij overheden en het internationale bedrijfsleven erin slagen de balans tussen consumptie en productie van natuurlijke rijkdom te herstellen."

Dreigende klimaatverandering
Zo is ons energiegebruik in de afgelopen veertig jaar met maar liefst 700% gestegen. Dit wordt veroorzaakt door het toenemende gebruik van brandstoffen als kolen, gas en olie. De overexploitatie van deze brandstoffen kan dramatische gevolgen voor het klimaat hebben. Volgens het Wereld Natuur Fonds wordt het steeds belangrijker dat overheden, bedrijven en particulieren overstappen op duurzame energie - technologische innovaties kunnen hierbij zowel economie als ecologie een dienst bewijzen.

Borneo
Een ander voorbeeld van de toenemende druk op aarde is schrijnend zichtbaar op Borneo (Zuid-Oost Azië). Op dit eiland komen nu nog grote ongerepte stukken regenwoud voor. Ze behoren tot de rijkste natuurgebieden ter wereld, waar veel soorten planten, zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën zijn te vinden. Soorten die vaak alleen daar voor komen. Borneo behoort echter ook tot de gebieden op aarde waar onze gezamenlijke voetafdruk het grootst is. Bossen worden in hoog tempo gekapt - voor het kostbare hout, maar ook om plaats te maken voor palmolieplantages. De situatie op Borneo vormt voor het Wereld Natuur Fonds aanleiding om in 2005, middels een grote campagne, een dringende oproep te doen aan de Nederlandse overheid, het bedrijfsleven en het grote publiek om het eiland extra te steunen bij de bescherming en het duurzame beheer van de kostbare natuur. Ook hier zijn oplossingen voor. Duurzaam toerisme, duurzame houtkap en ook een omslag naar duurzame productie van palmolie zijn niet alleen mogelijk, maar ook noodzakelijk.
 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

BELANGRIJKE WINST GEBOEKT VOOR NATUUR TIJDENS CITES CONFERENTIE


14 oktober 2004


Op deCITES-conferentie over de internationale handel in bedreigde dieren en planten, is het duidelijk geworden dat de natuur als winnaar uit de bus komt en dat er belangrijke winst geboekt is voor tal van plant- en diersoorten, aldus het Wereld Natuur Fonds. De boomsoort ramin, de witte haai en de Napoleonvis zijn voortaan beter beschermd tegen overexploitatie, en ook voor dieren als de Afrikaanse olifant, de Irrawaddidolfijn en de Saiga antiloop zijn afspraken gemaakt over betere bescherming van deze kwestbare soorten en zeer strikte regulering van de handel.

"Voorstellen met als doel het stimuleren van duurzame handel konden rekenen op overweldigende steun. Dit geeft wat het Wereld Natuur Fonds betreft duidelijk aan dat een groot deel van alle landendelegaties aanwezig in Bangkok een voorkeur heeft voor maatregelen waar lokale gemeenschappen in bijv. bos- en kustgebieden op de lange termijn alleen maar baat bij hebben", aldus Elies Arps, die de CITES conferentie namens het Wereld Natuur Fonds heeft bijgewoond.

CITES 2007 IN NEDERLAND

De volgende CITES conferentie zal in 2007 plaastvinden in Nederland. Wat het Wereld Natuur Fonds betreft zal dit een uitgelezen kans zijn om de rol van Nederland en Europa in de internationale handel in wilde dieren en planten onder de aandacht te brengen van het Europese publiek. Maar ook om samen met Nederlandse en Europese autoriteiten extra hard te werken aan het verbeteren van handhaving en controle. Want ook in Europa valt op dit punt nog veel winst te boeken.


Napoleonvis krijgt bescherming op CITES conferentie


12 oktober 2004

De deelnemende landen aan de CITES Conferentie hebben vandaag besloten de handel in de Napoleonvis te gaan reguleren. Het Wereld Natuur Fonds is blij met de plaatsing van de Napoleonvis op de zogenoemde CITES Bijlage II. Door plaatsing op Bijlage II gaan voor de Napoleonvis strenge regels voor de handel gelden. De Napoleonvis is een grote koraalvis die vooral bedreigd wordt door de handel in delicatessen in Azië. Het besluit is genomen op de dertiende (CoP 13) CITES Conferentie in Bangkok, het verdrag dat de internationale handel in bedreigde dieren en planten reguleert. Mede op aandringen van het Wereld Natuur Fonds werd eerder tijdens deze conferentie de tropische houtsoort ramin een beschermde positie gegeven. Vandaag werd ook bekend dat de witte haai in de toekomst beter beschermd zal worden.

Handel aan banden leggen
De aan CITES deelnemende landen hebben massaal het voorstel de Napoleonvis op lijst II te zetten, gesteund. "De Napoleonvis is steeds meer een delicatesse aan het worden. Vooral de lippen zijn in trek in restaurants in Hong Kong en China", zegt Elies Arps, vertegenwoordiger van het Wereld Natuur Fonds op de conferentie. "De Napoleonvis groeit heel langzaam. Ze worden vaak op jonge leeftijd gevangen waardoor ze geen kans krijgen zich voort te planten. In bepaalde gebieden dreigt nu uitsterving. Daarom is het zo belangrijk dat deze diersoort nu een beschermde status krijgt."

Internationale afspraken nodig
Volgens het Wereld Natuur Fonds zijn er grote verschillen in nationale wetgeving over de handel in de Napoleonvis. Omdat de handel in deze vis vooral internationaal plaatsvindt, is het nodig om de diersoort door internationale afspraken te beschermen. De vis komt vooral voor in het Indo-Pacific gebied. DeNnapoleonvis kan dertig jaar oud worden. Volwassen exemplaren zijn de grootste koraalrifvissen ter wereld. Ze kunnen meer dan twee meter lang worden en 190 kilo zwaar. Ze worden vaak gevangen met hulp van cyanide waardoor hun natuurlijke leefomgeving wordt aangetast.

CITES Conferentie: Witte haai beter beschermd

Het Wereld Natuur Fonds is tevreden met de plaatsing van de witte haai op de zogenoemde CITES Bijlage II. Door plaatsing op Bijlage II gaan voor de witte haai strenge regels voor de handel gelden. Bescherming van de grootste roof haai ter wereld krijgt hiermee een impuls. De witte haai wordt niet alleen bedreigd door handel, maar ook door het verstrikt raken in netten van vissers. Het besluit is genomen op de dertiende (CoP 13) CITES Conferentie in Bangkok, het verdrag dat de internationale handel in bedreigde dieren en planten reguleert. Mede op aandringen van het Wereld Natuur Fonds werd eerder tijdens deze conferentie de tropische houtsoort ramin een beschermde positie gegeven.

Betere toekomst voor witte haai
De aan CITES deelnemende landen hebben massaal het voorstel de witte haai op lijst II te zetten gesteund. "Door dit besluit ziet de toekomst van de witte haai er een stuk beter uit", zegt Elies Arps, vertegenwoordiger van het Wereld Natuur Fonds op de conferentie. "Effectieve controle op de handel is belangrijk voor een rondzwervende diersoort als de witte haai".

Vissen op witte haai terugdringen
Het vissen op witte haaien gebeurt vooral voor hun kaken en tanden. Deze worden als 'souvenir' verkocht aan toeristen. De vinnen worden verkocht voor de productie van haaievinnensoep. De waarde van deze producten vormt een stimulans voor vissers om actief op de witte haai te blijven vissen. Volgens het Wereld Natuur Fonds wordt door de plaatsing van de witte haai op lijst II het vissen op de witte haai minder aantrekkelijk. De natuurbeschermingsorganisatie roept alle landen die betrokken zijn bij de visserij op de witte haai op actief te blijven werken aan de bescherming van deze diersoort.

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Twee miljoen hectare Braziliaanse Amazone gered


10 November 2004

Greenpeace juicht het besluit toe van de Braziliaanse president Lula da Silva om twee miljoen hectare in het regenwoud te beschermen: half Nederland past erin. Lula tekende twee decreten om de gebieden officieel tot bewoonde reservaten uit te roepen. Dit betekent een eind aan sociaal onrecht en illegale of destructieve kap en een mijlpaal voor behoud van het tropische regenwoud. Greenpeace voert sinds begin jaren negentig samen met de inheemse bevolking een internationale campagne voor duurzaam en sociaal bosbeheer in de Amazone.

"Goed om te merken dat Brazilie niet volkomen is uitgeleverd aan gewetenloze illegale houtkapbedrijven en grootgrondbezitters die hele oerwouden kappen om veevoer te verbouwen." stelt bossencampaigner Paulo Adario vast vanuit Manaus in Brazilie. "Sociale rechtvaardigheid, natuurbescherming en duurzaam bosbeheer door inheemse stammen winnen langzaam terrein in het regenwoud."

Greenpeace heeft vier jaar lang samen met de gemeenschap van Porto de Moz gewerkt aan de oprichting van beschermde gebieden. De door Lula da Silva uitgeroepen reservaten in de Braziliaanse deelstaat Para heten Verde Para Sempre (Eeuwig Groen) in Porto de Moz, en de Riozinho do Anfrisio. Binnen de twee miljoen beschermde hectares krijgen de lokale stammen collectief eigendomsrecht van het land en de grondstoffen. Zo kunnen zij tegelijkertijd in hun onderhoud voorzien en de bossen behouden. Grootgrondbezitters en houthakkers (zoals de burgemeester van Porto de Moz en kapbedrijf Mademorte) die zich illegaal of met vervalste documenten in het aangewezen gebied hebben gevestigd zullen worden verwijderd. Landeigenaren met geldige documenten worden door de overheid gecompenseerd.

In de regio van Porto de Moz wonen 22.000 mensen - meer dan de helft op het platteland. Generaties lang hebben zij het land bewoond en hun families te onderhouden. De laatste jaren zijn velen door gewapende troepen verdreven. Porto de Moz werd een slagveld waar de inheemse gemeenschap het moest opnemen tegen houtkapbedrijven, grootgrondbezitters en veeboeren die het land illegaal bezetten. Gebrek aan toezicht in afgelegen regio's van het Amazonegebied werkte illegale praktijken en vernietiging in de hand. Vorig jaar heeft het Braziliaanse ministerie van Milieu, samen met het leger en de federale politie een inspectie gehouden in het gebied. Daarbij zijn miljoenen kubieke meters illegaal gekapt hout in beslag genomen.

Greenpeace pleit voor een duurzaam en sociaal bosbeheer. Niet alleen in de Amazone maar wereldwijd voert Greenpeace campagne voor behoud van het regenwoud. In Nederland heeft Greenpeace onder meer houtbedrijven aangeschreven om de Amazone onder de aandacht te brengen van de afnemers. Ook komt Greenpeace in verschillende afnemerslanden in actie om duurzaam bosbeheer te stimuleren en de destructieve en illegale kap in tropische en noordelijke oerbossen internationaal aan de kaak te stellen.
 

 
 
    terug naar boven  
   
 

EU Tevreden met resultaat CITES-Conferentie


14 oktober 2004 - De grootschalige handel in ivoor wordt niet hervat. Dat is één van de uitkomsten van de 13de CITES-conferentie over de handel in beschermde planten en dieren. De conferentie is vandaag na twee weken intensief overleg afgesloten in de Thaise hoofdstad Bangkok. Daar bogen vertegenwoordigers van meer dan 150 staten over ruim 50 voorstellen aangaande de handel in bedreigde soorten. Daaronder waren de Afrikaanse olifant, de dwergvinvis, de grote witte haai, de Napoleonvis, de saiga-antilope, de tropische boomsoort Ramin en vele andere soorten. Ook werden belangrijke beslissingen genomen over de uitvoering van de Conventie inzake de handel in bedreigde plant- en diersoorten (CITES), inclusief betere samenwerking met partijen bij andere milieuconventies zoals het Biodiversiteitsverdrag.
Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit roemde de voortreffelijke samenwerking binnen de EU-delegatie. 'We zaten over alle onderwerpen op dezelfde lijn. Daardoor kon de EU een leidende rol spelen. We hebben ook bemiddeld over onderwerpen als de Afrikaanse olifant, de Afrikaanse leeuw en ramin.'
Ook EU-milieucommissaris Margot Wallström is tevreden. 'De besluiten die in Bangkok zijn genomen vormen een belangrijke bijdrage aan het Millenniumdoel om het verlies aan biodiversiteit in 2010 in belangrijke mate verminderd te hebben,' aldus Wallström.

Mariene soorten
Het Thaise voorstel de Irrawaddy-dolfijn beter te beschermen werd gesteund door de EU en een groot aantal andere landen. De handel in levende exemplaren vormt een grote bedreiging voor deze soort.
De deelnemende landen werden het ook eens over de regulering van de handel in Napoleonvis, een zeldzame en kwetsbare vis die in koraalriffen leeft. In Azië wordt deze vis als delicatesse verkocht. Overeenstemming was er ook over handelsbeperkingen aangaande de grote witte haai, waarvan de kaken en tanden populair zijn, en de Europese zee- of steendadel, een mosselsoort die door de EU al zwaar beschermd word.
De EU is tevreden over de beslissing de beschermingsgraad van de dwergvinvis niet te verminderen; zodoende wordt het werk van de Internationale Walviscommissie niet beïnvloed.

Afrikaanse olifant
Tijdens de vorige CITES-conferentie was besloten dat elke beslissing om de ivoorhandel te hervatten moet worden getoetst op de gevolgen die dat heeft op het aantal illegaal gedode dieren. In Bangkok zijn geen voorstellen over de hervatting van grootschalige ivoorhandel aangenomen. Wel keurde een driekwart meerderheid een voorstel van Namibië goed om kleinschalige handel in ivoor toe te staan van olifanten die een natuurlijke dood gestorven zijn. Deze handel blijft beperkt tot Namibië zelf; toeristen met een geldig certificaat mogen ivoren artefacten ook uitvoeren. De conferentie keurde tevens een voorstel van de 'olifantenstaten' goed om Zuid-Afrika en Namibië - landen met een goede staat van dienst waar het om bescherming gaat - een beperkte handel in leer- en haarproducten toe te staan. Ook zal uitvoering worden gegeven aan een actieplan tegen de illegale handel in ivoor.

Afrikaanse leeuw
Kenia heeft na overleg met staten uit de regio een voorstel ingetrokken om de handelsbeperkingen met betrekking tot de Afrikaanse leeuw aan te scherpen. De EU speelde een belangrijke rol in deze onderhandelingen. De Unie steunt het voorstel een aantal regionale workshops over leeuwenmanagement te organiseren om de diverse bedreigingen van de soort tegemoet te treden.

Apen
De EU heeft tijdens de conferentie gepleit voor gezamenlijke, gecoördineerde actie om ernstig bedreigde grote apensoorten beter te beschermen. De deelnemende landen steunden een aantal van de voorgestelde acties en handhavingsmaatregelen om de neergang van deze dieren een halt toe te roepen.

Ramin
Als belangrijke importeur van de tropische houtsoort Ramin steunde de EU een voorstel om illegale houtkap tegen te gaan door de handel in deze soort aan strenge regels te onderwerpen. Na intensief debat met de producerende landen werd het voorstel bij acclamatie aangenomen.
Saiga-antilope
Op dringend verzoek van de EU heeft de CITES-conferentie een aantal maatregelen genomen ter bescherming van de saiga-antilope. De populatie van deze Centraal-Aziatische soort loopt hard achteruit, ondanks het feit dat de handel sinds 1995 aan strikte beperkingen onderhevig is.

Orchideeën
De conferentie heeft voorstellen van Thailand en Zwitserland aangenomen om de handel in gekweekte hybride orchideeën te vergemakkelijken. Deze maatregel zal bijdragen aan de bescherming van wilde orchideeën en de handel in gekweekte specimina bevorderen.
 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

“Overheid moet zorgen voor samenhang
tussen natuurgebieden”


16-09-2004

“Dat de Ecologische Hoofdstructuur steeds meer vorm krijgt is een goede zaak, maar de samenhang van de EHS blijft onvoldoende. Daardoor blijft de natuur te versnipperd en gaan er veel planten en dieren verloren. Wij doen een dringend beroep op de overheid om met goede instrumenten te komen, zodat die samenhang wordt gegarandeerd”, aldus Jan Jaap de Graeff, directeur van Natuurmonumenten. Hij wordt hierin ondersteund door het Milieu- en Natuurplanbureau, dat vandaag de Natuurbalans 2004 presenteerde.

Hoewel de Ecologische Hoofdstructuur er zal komen, maakt Natuurmonumenten zich zorgen over de kwalitatieve en kwantitatieve invulling daarvan. Een van de zorgpunten is nog steeds de geringe belangstelling voor particulier natuurbeheer in relatie tot de taakstelling en de beperkte mogelijkheden om met agrarisch natuurbeheer de biodiversiteit te herstellen. “Meer beherende partijen zijn welkom, maar het moet wel leiden tot meer samenhang en kwaliteit van de EHS”, aldus De Graeff. Sinds een paar jaar zet het kabinet meer in op deze vormen van natuurbeheer. Uit de Natuurbalans blijkt nu dat de successen van particulier natuurbeheer nog zeer beperkt zijn en het tempo van de groei van agrarisch natuurbeheer afneemt. Bepaalde soorten natuur dreigen daarmee voorgoed verloren te gaan. Daarnaast heeft het kabinet besloten om niet langer gronden te verwerven die nu al een natuurbestemming hebben, de zogenaamde afrondingsaankopen. Dat betekent in de praktijk bijvoorbeeld, dat twee natuurgebieden zoals de Wieden en De Weerribben in Overijssel niet met elkaar verbonden kunnen worden, terwijl een groter aaneengesloten natuurgebied van groot belang is voor het herstel van soorten. Naast de aankoop van bestaande natuur is vervolgens een stevige uitvoering van robuuste verbindingszones essentieel voor het vergroten van de samenhang tussen natuurgebieden. Natuurmonumenten vraagt aan het Rijk en aan de provincies om op deze onderwerpen nadere afspraken te maken.

Het Milieu- en Natuurplanbureau geeft in haar rapport aan dat de verdrogingbestrijding in natuurgebieden in een impasse verkeert. Hiervoor luidde Natuurmonumenten in mei jl. nog de noodklok. De waterhuishouding is in veel gebieden nog steeds niet op orde, waardoor grote gebieden verdrogen en zeldzame planten- en diersoorten verdwijnen. Zo dreigen bijvoorbeeld in de Empense en Tondense Heide de laatste stukjes blauwgrasland die er in Nederland nog zijn verloren te gaan en daarmee ook bijzondere soorten, zoals het spiegeldikkopje, heidegentiaanblauwtje en de aardbeivlinder. Het is een probleem, dat volgens directeur de Graeff ondanks de goede bedoelingen en veel papier maar niet wordt aangepakt en daardoor onomkeerbaar veel schade veroorzaakt.

Een manier om samenhang in de EHS te krijgen is het gebiedsgericht werken. Natuurmonumenten heeft daar in de loop der tijd ervaring mee opgedaan, zoals bij het natuurontwikkelingsproject Mantingerveld. Samen met andere natuurbeschermers, terreinbeheerders, boeren, overheden en recreatieondernemers zijn bestaande natuurgebieden met elkaar verbonden. Echter, de hulp van de overheid is hierbij onontbeerlijk. Zij zal volgens het Natuurplanbureau heldere doelen moeten stellen, duidelijkheid moeten geven over spelregels en middelen beschikbaar moeten stellen. Vervolgens zal de overheid meer ruimte moeten geven voor de uitvoering.
 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Het kabinet trekt € 500 mln. uit voor aanvullende investeringen in de Waddenzee en het Waddengebied.


21-9-2004

Wadden
Het kabinet trekt € 500 mln. uit voor aanvullende investeringen in de Waddenzee en het Waddengebied. Dit geld wordt verdeeld over de onderwerpen natuurherstel en -ontwikkeling, vermindering van bedreigingen, duurzame economische ontwikkeling en kennisinfrastructuur. Het kabinet stelt het investeringsplan voor het zomerreces van 2005 vast.
De mechanische kokkelvisserij wordt per 1 januari 2005 niet langer toegestaan in de Waddenzee. Op korte termijn wordt een plan opgesteld voor beeindiging ervan. Een commissie zal advies uitbrengen over de hoogte van de schadevergoeding. Het kabinet wil afspraken maken met de mosselsector over de ontwikkeling van alternatieve bronnen van mosselzaad. Daarmee kan de sector zich minder afhankelijk maken van de natuurlijke dynamiek en kunnen op een termijn van 10 tot 15 jaar delen van het ecosysteem in de Waddenzee extra worden ontzien.

Visserij
De visserij is in sociaal-economisch en cultureel opzicht waardevol voor Nederland. Het is dan ook belangrijk dat de visserijketen economisch rendabel blijft. Tegelijkertijd streeft LNV naar een visserij die de gevolgen voor het ecosysteem beperkt en daar zelf verantwoordelijkheid voor neemt.
In een aantal situaties is vermindering van de vangstcapaciteit noodzakelijk. Dat kan als een aantal vissers vrijwillig stopt. LNV steunt dat proces: in 2005 is € 5 mln. beschikbaar voor vrijwillige sanering van de zeevisserij (vermindering met 2400 Bruto Ton) en € 1,9 mln voor vrijwillige sanering van de IJsselmeervisserij (vermindering van de capaciteit met minstens 35%).

Zee- en kustvisserij
De EU streeft enerzijds naar een biologisch verantwoord niveau voor de visbestanden, anderzijds naar een blijvend sociaal-economisch perspectief voor de visserijsector. Rigoureuze schommelingen in de toegestane vangsthoeveelheden zijn daarbij ongewenst. Daarom wordt in EU-verband gewerkt aan meerjarige herstelplannen voor visbestanden die onder druk staan (o.a. voor de Noordzeeschol).
Het nieuwe EU-visserijbeleid stelt vermindering van de vlootcapaciteit niet verplicht. De verwachting is echter dat in de rondvis-, platvis- en garnalensegmenten van de vloot een aanhoudende behoefte aan capaciteitsvermindering blijft bestaan. Daarom wordt de mogelijkheid onderzocht om verplaatsing van vlootcapaciteit van het ene naar het andere segment toe te staan.
Om het zeemilieu te ontlasten, stimuleert LNV de ontwikkeling van milieuvriendelijker visserijtechnieken. Het gaat daarbij met name om het doorontwikkelen van de zogenaamde elektropulskor, die in 2005 in de praktijk zal worden getest. De komende jaren wordt fraude met motorvermogens van vissersschepen aangepakt door de introductie van niet-fraudegevoelige meetapparatuur.
 
In 2005 is voor visserijbeleid op de LNV-begroting een budget beschikbaar van € 15,7 mln.

Aanwijzing gebieden VHR
De komende jaren (2005-2008) wordt de Vogel- en Habitatrichtlijn verder uitgevoerd. De aanwijzingsbesluiten voor de Habitatrichtlijngebieden worden opgesteld, de instandhoudingsdoelstellingen voor de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden worden concreet gemaakt en er worden beheerplannen opgesteld. Het Kabinet zal de voor nationale afwegingen beschikbare beleidsruimte benutten. Er wordt de komende periode extra geïnvesteerd in communicatie over de implementatie van de richtlijnen met betrokken partijen.

Ministerie van LNV

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Great Barrier Reef
beter beschermd

1 juli 2004

Het Australische Great Barrier Reef heeft vanaf vandaag het grootste beschermde koraalrifgebied ter wereld. De beschermde status is mede het resultaat van een vier jaar durende campagne van het Wereld Natuur Fonds. Duizenden Nederlanders hebben aan deze campagne meegewerkt door een email te sturen naar de Australische autoriteiten.

Beschermd gebied wordt uitgebreid
Vandaag is Australische wet- en regelgeving van kracht geworden waardoor in totaal 33 procent van het koraalrifsysteem een beschermde status krijgt. Dit gebied is ongeveer drie keer zo groot als Nederland. In het gebied blijft toerisme met duiken en snorkelen mogelijk, maar commerciële en recreatieve visvangst is vanaf nu verboden. Vooral het vissen met sleepnetten, trawling, vormde een grote bedreiging voor de koraalriffen. Het Wereld Natuur Fonds verwacht dat door de beschermde status de druk op het gebied gaat afnemen. Als deze kraamkamers van de vissen weer gezond zijn, is het totale rif beter in staat bedreigingen op grote schaal te weerstaan, zoals overbevissing en vervuiling vanaf de kust. WWF probeert met de Australische regering tot steeds betere afspraken te komen om kustvervuiling tegen te gaan. Daarnaast blijft de strijd tegen broeikasgassen zeer belangrijk: door opwarming van het water door klimaatverandering 'verbleken' hele stukken van het Great Barrier Reef. Energie gebaseerd op gas en olie moeten vervangen worden door schone, herbruikbare energiebronnen.

Beschermde status ook voor andere koraalrifgebieden nodig Het Wereld Natuur Fonds denkt dat de toegenomen en striktere bescherming van het Great Barrier Reef andere landen zal stimuleren dezelfde maatregelen te nemen. Zo kunnen zeegebieden als de Sulu-Sulawesi Zee in Zuid-Oost Azië en het Meso-Amerikaanse rif in Centraal Amerika beter beschermd worden. Ook Australië zou maatregelen kunnen nemen om het Ningaloo Reef voor de westkust beter te beschermen. De wereldnatuurorganisatie benadrukt dat slechts 0,5 procent van het zeeën en oceanenoppervlak beschermd gebied is, tegen 12 procent van het landoppervlak.

Maatschappelijke steun voor bescherming koraalrif Kroonprins Willem Alexander gaf tijdens de Olympische Spelen het startsein voor een email campagne. Nederlanders werden opgeroepen hun bezorgdheid over de toekomst van het Great Barrier Reef kenbaar te maken aan de Australische overheid. Duizenden Nederlands gaven aan zijn oproep gehoor. In Australië kan de beschermde status van het rif rekenen op steun van de bevolking. Het Great Barrier Reef is één van de meest zeldzame natuurgebieden ter wereld, met 359 soorten hard koraal. Het is een Wereld Erfgoed dat jaarlijks vele bezoekers trekt en het levert Australië 2,7 miljard euro aan inkomsten op.
 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Meer aandacht nodig voor natuur en jeugd
Staatsbosbeheer geeft met essay belang aan van natuur voor jeugd


Heeft de Nederlandse jeugd nog iets met natuur? Kinderen lijken vooral druk met televisie, mobiele telefoontjes en computergames. Groeien zij op in een virtuele werkelijkheid of komen zij nog wel echt buiten in de natuur? Staatsbosbeheer wil kinderen natuurbeleving niet onthouden. Ook is Staatsbosbeheer ervan overtuigd dat natuur in Nederland alleen kan overleven als mensen er iets mee hebben. En we zijn er ook van overtuigd dat de kiem daarvoor in de kinderjaren wordt gelegd. We zouden graag zien dat er bij beleidsmakers die zich bezighouden met kinderen of natuur aandacht komt voor kinderen én natuur.

Staatsbosbeheer wil hier graag mee verder en heeft daarom bij het Jaarverslag over 2003 onder de titel Buiten, dat moet je ontdekken een essay aan jeugd en natuur gewijd. In dit essay komen zeven mensen aan het woord die zich bezighouden met natuur en/of jeugd. Ook is een deel van het essay gewijd aan de uitkomsten van een onderzoek dat onderzoeksintituut Alterra heeft gehouden onder 420 scholieren naar biodiversiteit en jeugd.

Bij een groot gedeelte van de jeugd vormt natuur geen vanzelfsprekend onderdeel van hun leven, in tegenstelling tot de jeugd die bijvoorbeeld veertig jaar geleden opgroeide, zo komt naar voren uit het essay.
Staatsbosbeheer vindt dit een zorgelijke ontwikkeling. Dit is voor de jeugd een verarming; veel jeugdherinneringen van volwassenen van nu zijn verbonden aan natuur of landschap. Daarnaast is het voor het voortbestaan van de natuur in Nederland noodzakelijk dat er draagvlak voor de natuur is, niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Staatsbosbeheer hoopt dat dit essay ertoe bijdraagt dat er gerichte inspanningen komen om de Nederlandse jeugd de natuur weer echt te laten beleven. Staatsbosbeheer zal in ieder geval speciale aandacht blijven schenken aan deze groep.

ANP

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Europese onderzoeksmissie op de Oosterschelde:
verzoening van mosselkweek en natuurbehoud

28 april 2004

YERSEKE – Het doel is het duurzaam gebruik van een estuarium met al haar (vaak conflicterende) functies. Van 1 tot 15 mei varen onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en zes Europese collega-instituten rond op de Oosterschelde voor het verzamelen van de nog ontbrekende gegevens. “Daarmee kunnen wij wetenschappelijk onderbouwd advies geven over het beheer van kustgebieden, waarin voldoende ruimte is voor mosselkweek, natuur, recreatie en andere activiteiten.”

Estuaria, fjorden en andere kustgebieden hebben een heel hoge natuurwaarde. Vele soorten planten en dieren leven er. Daarnaast vervullen deze gebieden ook vele functies voor de mens. Hoe houdt je dat IN EVENWICHT, of hoe herstel je het evenwicht? “We moeten ervoor zorgen dat noch visserij, schelpdierkweek, overbemesting of andere activiteiten een bedreiging vormen voor de daar levende rijkdom,” zegt NIOO-onderzoeker Peter Herman. Het MaBenE-project, dat staat voor ‘Managing Benthic Ecosystems in Relation to Physical Forcing and Environmental Constraints’, bestudeert dit met subsidie van de Europese Unie. Het NIOO in Yerseke coördineert het project.

Net als bij HET VOORSPELLEN VAN HET WEER, willen de onderzoekers wiskundige modellen maken voor het voorspellen van effecten op het water(leven) bij bijvoorbeeld bouwactiviteiten. De modellen zijn uiteindelijk bedoeld voor de ‘gebruikers’ van het ecosysteem zoals waterbeheerders en mosselvissers. Als management tools moeten ze de verschillende belangen tegelijk kunnen bevorderen.
“Zulke modellen bestaan uit heel veel stukjes wetenschappelijke kennis. We kennen al veel stukjes van de puzzel, maar we moeten ze nog aan elkaar leggen,” weet onderzoekster Luca van Duren van het NIOO. “Het veldwerk moet ons helpen de onderdelen op de juiste manier met elkaar in verband te brengen.” Verder missen er nog een paar stukjes. Hierbij komt ook labwerk om de hoek kijken. “De belangrijkste gaten liggen op het grensvlak van biologie en natuurkunde: de invloed van dieren op de stroomsnelheid en omgekeerd.”

De vraag is hoe waterbeweging, aangedreven door bijvoorbeeld het getij of de wind, de groei en de ontwikkeling van mosselen stuurt. Het NIOO-onderzoeksschip de Luctor en de Duitse Storch vormen samen met Deense duikers en gezamenlijke apparatuur van de zeven instituten het middelpunt tijdens de komende twee weken. Voor het onderzoek gaan de Europese wetenschappers van alles meten in de Oosterschelde. Stroomsnelheden bijvoorbeeld; van de grootschalige getijdenstroom die door de stormvloedkering naar binnen komt tot de kleinschalige waterbewegingen rond individuele mossels. DAT IS UNIEK. In de Oosterschelde is het getij erg belangrijk. In andere gebieden is nauwelijks getij, maar wordt het water aangedreven door de wind of door dichtheidsverschillen in het water. De Oosterschelde zullen ze dan ook vergelijken met Limfjorden in Denemarken en de Ria de Vigo in Spanje.
Gekoppeld aan de stromingsmetingen vindt er ook veel biologisch onderzoek plaats naar de groei van algen, de biodiversiteit van plankton met de invloed van mosselen daarop en de biodiversiteit van het leven op en in de bodem. Mosselen hebben als zogenaamde ecosystem engineers grote invloed op de opbouw van het ecosysteem waar ze in leven.

Mosselen zijn eigenlijk EEN SOORT ‘STOFZUIGERS’. Ze pompen water over hun kieuwen en zo filteren ze alle deeltjes groter dan een duizendste millimeter eruit. De schelpdieren van de Oosterschelde hebben samen maar een werkweek nodig om al het water daar te filteren. Deze schelpdieren kunnen zo ook bijdragen aan het wegwerken van de gevolgen van overbemesting: de grote aantallen algen die groeien op een overschot aan voedingsstoffen in het water kunnen door de mosselen worden weggevangen en opgegeten.

INTERNATIONALE SAMENWERKING maakte dit project mogelijk. “Niet één instituut bezit alle benodigde apparatuur, niet één heeft alle kennis in huis,” volgens van Duren. “De samenwerking met de instituten uit Denemarken, Duitsland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zorgt echt voor meerwaarde.” Tegelijkertijd zijn de wetenschappers ook afhankelijk van een GOEDE SAMENWERKING MET LOKALE MOSSELKWEKERS. In de Oosterschelde gaan ze aan het werk op een commercieel mosselperceel. In Spanje, met mosselen in zogenaamde hangcultures, kunnen ze later dit jaar werken op een ‘mosselvlot’ van een lokale kweker. “Zonder goodwill van de vissers en de kwekers kunnen we dit werk beslist niet doen.”

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) verdiept zich in de ecologie van land, zoet water en brak en zout water. Het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie in Yerseke (Zld.) bestudeert het leven in de zee en in estuaria. Dit centrum is voortgekomen uit het Delta Instituut voor Hydrobiologisch Onderzoek, dat in 1957 werd gesticht om de ecologische effecten van het Delta Plan te onderzoeken.
De twee andere NIOO-vestigingen zijn te vinden in Heteren en Nieuwersluis. Het NIOO is met ongeveer 250 medewerkers het grootste onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).


 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Hoe lang nog
voor de
Sumatraanse tijger?

17-3-2004

© WWF / Frédy MERCAY


Indonesië is hard op weg haar laatste Sumatraanse tijgers te verliezen, als de wijdverspreide illegale handel in delen van tijgers en de verwoesting van hun leefgebied niet snel stopt. Volgens een nieuw rapport van het onderzoeksbureau TRAFFIC zijn tussen 1998 en 2002 tenminste 50 Sumatraanse tijgers slachtoffer geworden van de stroperij. Er leven nog maar 400 tot 500 Sumatraanse tijgers in het wild. Het Wereld Natuur Fonds vreest dat de Sumatraanse tijger eenzelfde toekomst wacht als de Balinese en de Javaanse tijger. Deze ondersoorten zijn respectievelijk rond 1940 en 1980 uitgestorven.

Tijgerproducten gewild

Het rapport 'Nowhere to Hide: The Trade in Sumatran Tigers' toont aan dat de ernstig bedreigde Sumatraanse tijgers nog steeds worden gedood door professionele en semi-professionele jagers. In Indonesië zijn tijgerproducten, zoals tijgerhuiden, -klauwen en -tanden nog steeds gewild. Delen van tijgers zijn gemakkelijk verkrijgbaar en worden vaak openlijk verkocht in Sumatra. TRAFFIC-onderzoekers vonden in 17 van de 24 steden waar zij markten bezochten producten van tijgers; van de in totaal 453 onderzochte winkels verkocht 20% tijgerproducten. Om de Sumatraanse tijger te redden, is betere regelgeving en handhaving noodzakelijk volgens het Wereld Natuur Fonds. De wereldwijde natuurbeschermingsorganisatie roept de Indonesische overheid op om maatregelen te nemen tegen de stroperij en verkoop van tijgerproducten, vooral in Noord Sumatra. Bovendien moeten er meer gespecialiseerde anti-stroperij eenheden komen.

Verlies van leefomgeving

Behalve stroperij is het verlies van de leefomgeving een belangrijke bedreiging voor de Sumatraanse tijger. Het Wereld Natuur Fonds wil daarom een verbod op het kappen in de laaglandbossen van Sumatra. Met name 's werelds grootste papierbedrijven (APP en APRIL) kappen op dit moment hier op grote schaal. Door verlies van leefgebied zoeken tijgers steeds vaker hun heil dicht bij mensen, waar ze soms worden gevangen en gedood. In heel Azië worden de tijgers bedreigd door stroperij, verlies van hun leefomgeving en door conflicten met dorpsbewoners die vlakbij het leefgebied van de tijger wonen. De Sumatraanse tijger staat echt op het punt uit te sterven", zegt dr. Susan Lieberman, directeur van het soortenbeschermingsprogramma van het internationale Wereld Natuur Fonds. "Er zijn zo weinig Sumatraanse tijgers over dat we ons afvragen of deze tijgers nog wel een toekomst hebben. De huidige bedreigingen brengen de hele populatie in gevaar en daarmee de toekomst van de Sumatraanse tijger. Een groot verlies voor de wereld en niet in de laatste plaats voor het erfgoed van de inwoners van Indonesië."
De aanpak van de illegale handel in tijgerproducten van Indonesië is deze week in Geneve onderwerp van gesprek in een voorbereidende CITES-bijeenkomst. Het Wereld Natuur Fonds en TRAFFIC roepen de Indonesische overheid op om de anti-stoperij maatregelen te verscherpen en de nog steeds voortdurende illegale nationale en internationale handel in delen van de Sumatraanse tijger harder aan te pakken.


Achtergrond informatie:
TRAFFIC werd in 1976 opgericht als een gezamelijk onderzoeksprogramma van het internationale Wereld Natuur Fonds en IUCN. Het Wereld Natuur Fonds is nog steeds een belangrijke financier van TRAFFIC. Inmiddels is TRAFFIC uitgegroeid tot een wereldwijd gerespecteerde organisatie die de handel in bedreigde dieren en planten onderzoekt.

CITES: Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora.
De eerstvolgende CITES-conferentie vindt dit najaar plaats.

De Sumatraanse tijger is "Critically Endangered" (ernstig met uitsterven bedreigd) volgens de IUCN-lijst. De totale populatie wordt geschat op 400-500 Sumatraanse tijgers. (www.redlist.org)

WNF

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Bijna 1600 reuzenpanda's in het wild
Nieuwe cijfers hoopgevend voor reuzenpanda

10 juni 2004

Er leven bijna 1600 reuzenpanda's in het wild, ruim 40% meer dan tot nu toe werd vermoed op basis van eerder onderzoek. Het verschil in aantal met het verleden lijkt eerder toe te schrijven aan een nauwkeuriger onderzoeksmethode dan aan verbetering van de leefomstandigheden van de panda.
Het leefgebied van de panda staat door versnippering nog steeds onder druk.
Het cijfer is het resultaat van het derde nationale onderzoek naar de reuzenpanda in China. Het onderzoek is uitgevoerd door de Chinese overheid in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds en heeft enkele jaren geduurd. Het is het meest omvangrijke onderzoek dat ooit is uitgevoerd naar de panda en zijn leefgebied. Het Wereld Natuur Fonds en de Chinese overheid gebruiken de resultaten van het onderzoek om de toekomst van de reuzenpanda in China veilig te stellen. China is het enige land waar reuzenpanda's in het wild leven.
Bij het tweede en laatste nationale onderzoek naar de panda, afgerond in 1988, werd het aantal panda's in het wild geschat op basis van steekproeven. Dit keer is door intensief veldwerk en het gebruik van GPS een groter gebied (ruim 23.000 km2, meer dan de helft van Nederland) onderzocht in de provincies Sichuan, Shaanxi en Gansu. Er zijn reuzenpanda's aangetroffen in Liuba en Ningqiang, gebieden waarvan werd vermoed dat daar geen panda's zouden leven. Naast het tellen van de panda´s zijn gegevens verzameld over leefgebied en over de sociale en economische omstandigheden van de mensen in de regio. De bossen waar de panda's wonen maken deel uit van een gebied dat de bron vormt voor grote rivieren als de Yangtze. Behoud van deze bossen helpt niet alleen de bosbewoners, maar ook de drinkwatervoorziening voor mensen ver buiten het gebied.
De gegevens bevestigen de keuze van het Wereld Natuur Fonds voor het Minshan gebergte in Sichuan en het Qinling gebergte in Shaanxi als prioriteit voor bescherming van de reuzenpanda. In de komende jaren werkt de organisatie hier samen met de Chinese overheid onder andere aan het uitbreiden van het aantal panda-reservaten, verbinden van panda leefgebieden met boscorridors en bestrijden van stroperij.
Eerdere, voorlopige resultaten van het onderzoek leidden al eind 2002 tot 150.000 ha aan nieuwe panda-reservaten en corridors in Qinling, waar het Wereld Natuur Fonds en de overheid van de provincie Shaanxi samen werken aan de pandabescherming. Hierdoor krijgen de dieren meer ruimte en gelegenheid om voedsel en partners te zoeken, wat hard nodig is aangezien versnippering een groot probleem is. "Hoewel de resultaten van het onderzoek hoopgevend zijn, blijft de reuzenpanda met uitsterven bedreigd. De bijna 1600 dieren leven niet allemaal in een aaneengesloten gebied, maar in losse stukken bos, versnipperd door houtkap en de bouw van wegen, mijnen en dammen.", aldus Miriam van Gool van het Wereld Natuur Fonds.

Het huidige onderzoek is volgens het Wereld Natuur Fonds niet alleen belangrijk voor de panda's of natuurbeschermingsorganisaties, maar ook voor de 1,3 miljard inwoners van China. De reuzenpanda is een krachtig symbool voor de toekomst van China en toont de noodzaak voor een balans tussen economische ontwikkeling en natuurbescherming. "Het huidige verbod op houtkap geeft ons de tijd om te zoeken naar lange termijn oplossingen. Wij hopen dat ook de economische waarde die het leefgebied van de panda heeft, zoals voor duurzaam toerisme en integraal waterbeheer, onderkend wordt. Dat kan de lange termijn motor vormen achter behoud van het leefgebied - en deze uitzonderlijke diersoort.", stelt Miriam van Gool.

 
   
 
    terug naar boven  
   
   
 

Actie WNF-Rangerclub in teken van reuzenpanda en zijn leefgebied

 


Allemaal in de weer…
red de pandabeer

10/03/04


© WWF-Canon / Michel GUNTHER


Vele duizenden kinderen in Nederland gaan in de maanden maart, april en mei 2004 actie voeren voor de reuzenpanda’s in het Qinling-gebergte in China onder de noemer ‘Allemaal in de weer… red de pandabeer!’. De reuzenpanda leeft alleen nog in China in het wild. In het Qinling-gebergte leven ongeveer 200 van de ruim 1.000 in het wild levende panda’s. Maar de toekomst van de reuzenpanda is in gevaar. Zijn leefgebied is versnipperd door de aanleg van nieuwe wegen, mijnbouw en landbouw in de gebieden waar panda’s leven. Hierdoor leven de panda’s steeds meer geïsoleerd in ‘eilandjes’ bos. Door mee te doen aan deze actie van de jeugdclub van het Wereld Natuur Fonds brengen kinderen een veilige toekomst voor de reuzenpanda in China een stap dichterbij. Op 9 maart staat basisschool De Fontein in Harmelen geheel in het teken van de reuzenpanda en ‘lanceren’ de 300 leerlingen van De Fontein de actie ‘Allemaal in de weer…red de pandabeer!’.


‘Eilandjes’ bos
Om te overleven in het wild heeft de reuzenpanda ruimte nodig. Nu is het leefgebied van de reuzenpanda nog teveel opgedeeld in ‘eilandjes’ bos. Daarom is het belangrijk dat er meer bos wordt aangewezen als beschermd gebied én dat er natuur is tussen de beschermde gebieden die dienst kan doen als ‘verbindingsstrook’. Deze verbindingsstroken zijn heel belangrijk omdat panda’s veilig van het ene naar het andere gebied moeten kunnen lopen om op zoek te gaan naar voedsel (bamboe) of een partner. Nu zijn veel van de gebieden om de beschermde bossen heen nog ongeschikt voor panda’s, bijvoorbeeld omdat het bos er is gekapt om er landbouwgrond van te maken. Om ervoor te zorgen dat de dieren deze gebieden weer kunnen gebruiken om doorheen te trekken, moet er eerst weer bos met bamboe worden hersteld of aangeplant.

Qinling: een uniek gebied
In het Qinling-gebergte leven niet alleen reuzenpanda’s, maar ook allerlei andere bijzondere planten en dieren, zoals de nevelpanter, het stompneusaapje, de Japanse kuifibis en de takin (een hoefdier). Het Wereld Natuur Fonds werkt sinds 2001 in Qinling aan betere bescherming van dit unieke gebied, samen met de Chinese overheid en de lokale bevolking. Sindsdien zijn er vijf nieuwe reservaten aangewezen en vijf gebieden die als verbindingsstrook gaan functioneren. Maar deze gebieden zijn nu nog niet allemaal veilig of geschikt voor de reuzenpanda. Om ervoor te zorgen dat ze dat wèl worden moet er nog veel gebeuren: betere bescherming van de gebieden (opleiden parkwachters bijvoorbeeld) en herstel en aanplant van bos. Met de opbrengst van de actie ‘Allemaal in de weer… red de pandabeer!’ streeft het Wereld Natuur Fonds ernaar om te kunnen zorgen voor het realiseren van 2,5 miljoen m2 (250 hectare oftewel 500 voetbalvelden) veilig ‘pandabos’ (bos met bamboe). Met elke € 3,-- maakt een actievoerder het veilig en geschikt maken van 15 m2 pandabos mogelijk.

De WNF-Rangeractie loopt van maart tot en met mei 2004. Met behulp van een actiepakket dat het Wereld Natuur Fonds meestuurt met het clubblad TamTam kunnen WNF-Rangers familie, vrienden en kennissen om een donatie vragen. Kinderen die geen WNF-Ranger zijn, kunnen ook meedoen met de actie en het actiepakket telefonisch (0900-1962, € 0,20/min) of via www.wnf.nl/rangerclub  opvragen bij het Wereld Natuur Fonds. De actie wordt ondersteund door WNF-Ranger Report (het televisieprogramma van de WNF-Rangerclub) en de website www.wnf.nl/rangerclub.

 

FORSE UITBREIDING BESCHERMD GEBIED VOOR PANDA

22 april 2003


De Chinese regering verdubbelt bijna de omvang van beschermd gebied voor de reuzenpanda in het Qinling gebergte in Zuid-West China. Momenteel is 184.000 ha in het Qinling gebergte beschermd gebied voor de panda. Het besluit van de Chinese regering om hier 5 nieuwe pandareservaten en 5 verbindingsstroken aan toe te voegen, brengt de totale omvang van dit beschermde gebied op 334.000 ha. De Chinese regering heeft deze uitbreiding in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds vastgesteld. In het Qinling gebergte leven ongeveer 200 van de ruim 1.000 in het wild levende reuzenpanda's. Qinling herbergt verder een grote rijkdom aan planten en dieren zoals de nevelpanter, het stompneusaapje, de Japanse kuifibis en de takin.
 

Het besluit van de Chinese regering om het beschermde gebied voor de panda in het Qinling gebergte fors uit te breiden is van cruciaal belang voor het overleven van de panda in het wild. Door de economische ontwikkelingen en opmars van de bevolking in China wordt het resterende leefgebied van de panda steeds kleiner. Veel populaties reuzenpanda's zijn niet groter dan 50 dieren die leven in een geïsoleerd stukje bos. Naast meer beschermd gebied zijn ook natuurgebieden die dienst doen als verbindingsstroken daarom van groot belang om inteelt te voorkomen. Via deze verbindingsstroken kunnen panda's veilig van het ene naar het andere beschermde gebied lopen, bijvoorbeeld om te zoeken naar voedsel of een partner. Het Wereld Natuur Fonds startte vorig jaar een project (1) in het Qinling gebergte. Doel van dit project is de toenemende versnippering van het leefgebied van de reuzenpanda tegen te gaan door onder andere te werken aan het uitbreiden en verbinden van beschermd gebied voor de reuzenpanda.


© WWF / Fritz PÖLKING

© WWF / Fritz PÖLKING

De 5 nieuwe pandareservaten zijn het Motianling-, Guanyinshan-, Sangyuan-, Ningshan- en Tianhuashanreservaat. In totaal telt China nu ruim 40 pandareservaten. Het nieuwe Ningshanreservaat zal zorgen voor een aanzienlijke vooruitgang in de leefomstandigheden van een kleine groep panda's in het midden van het Qinling gebergte. Die groep was helemaal afgesneden van andere pandapopulaties. Verwacht wordt dat het bamboebos voor de 5 nieuwe verbindingsstroken in 2005 voldoende hersteld zal zijn om zijn functie te kunnen vervullen.

Het besluit van de Chinese regering om de beschermde gebieden in Qinling drastisch uit te breiden wordt vandaag in China officieel gevierd als 'Gift to the Earth'. Op deze wijze eert het Wereld Natuur Fonds wereldwijd belangrijke besluiten op het gebied van natuurbescherming. Naar verwachting zullen in de zomer van 2004 nog 7 pandareservaten in Qinling worden aangewezen door de Chinese regering, met een totale oppervlakte van ruim 225.000 ha. Dit zal de totale oppervlakte aan beschermd gebied voor de panda in het Qinling gebergte in 2004 op ruim een half miljoen ha brengen.

Het Qinling gebergte vormt in geografie en klimaat de scheidslijn tussen noord en zuid China. Het bosrijke gebergte doet onder andere dienst als waterbergingsgebied voor de twee belangrijkste rivieren in China: de Yangtze en de Gele Rivier. Qinling voorziet de stad Xi´an, met ruim 7 miljoen inwoners, van water. Het Wereld Natuur Fonds heeft Qinling aangewezen als een van de 200 belangrijkste ecologische regio's in de wereld. Miriam van Gool, Hoofd Soortenprogramma van het Wereld Natuur Fonds: "Qinling is een uniek gebied dat van grote waarde is voor mens en dier.Bescherming ervan is zo belangrijk omdat het mes aan twee kanten snijdt. De reuzenpanda en andere dieren vinden betere bescherming in een groter, aaneengesloten leefgebied en ook andere functies van het ecosysteem, zoals waterberging, blijven behouden".


© WWF-Canon / Michel GUNTHER

WNF.
 

   
 
    terug naar boven  
   
 

Nieuw schelpdiervisserijbeleid voor
behoud Waddenzee


28 januari 2004.
Een groot aantal natuur- en milieubeschermingsorganisaties vinden beëindiging van de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee noodzakelijk voor het behoud van Nederlands grootste en belangrijkste natuurgebied. Vele planten- en diersoorten zijn in hun voortbestaan afhankelijk van het Waddengebied. Dit belang valt niet te combineren met de vernietigende werking die de kokkelvisserij aanricht. Dat laten de natuurbeschermingsorganisaties van het Breed Overleg Schelpdiervisserij vandaag weten in hun reactie aan het ministerie van LNV en de Adviesgroep Waddenzeebeleid (Commissie Meijer).

Daarmee reageren de organisaties op het wetenschappelijk evaluatieonderzoek van het schelpdiervisserijbeleid in Nederland (EVA II) dat door het ministerie van LNV is uitgebracht. Daarin wordt vastgesteld dat de kokkelvisserij ernstige schade aanricht aan de natuurwaarden van de Waddenzee. Ook de mosselzaadvisserij heeft negatieve effecten op de natuur. De dramatische achteruitgang van het aantal scholeksters is een gevolg van het wegvissen van de mosselbanken en de mechanische kokkelvisserij. Dit noodzaakt tot beperkingen van de schelpdiervisserij.
Die noodzaak wordt versterkt door de mogelijke vermindering van de draagkracht van de Waddenzee in de toekomst. Mocht draagkrachtvermindering leiden tot minder schelpdieren in de Waddenzee dan betekent dit nog minder ruimte voor de visserij. Schelpdieren houden slib vast en zorgen voor het vastleggen van noodzakelijke voedingstoffen in de bodem. Het niet-bevissen van schelpdierbestanden is een manier om eventueel toekomstig verlies van draagkracht deels te compenseren.

Korte termijnbeleid
Het Breed Overleg Schelpdiervisserij vindt dat het beleid voor de korte termijn gericht dient te zijn op:
--- Het beëindigen van de schade die aan het natuurlijk systeem van de Waddenzee wordt berokkend.
--- Verder herstel van mosselbanken op de droogvallende platen.
--- Herstel van mosselbanken in het sublitoraal (het diepe deel van de Waddenzee dat niet droog valt). Door de mosselzaadvisserij zijn er geen wilde sublitorale mosselbanken meer in de Waddenzee aanwezig.
--- Herstel van de verdwenen zeegrasvelden.
--- Adequate voedselreservering voor vogels.

Om dit te kunnen realiseren dient mechanische kokkelvisserij beëindigd te worden. En dienen droogvallende platen gesloten te worden voor bodemberoerende visserij, zoals mosselzaadvisserij en mosselrapen. Eveneens dient een substantieel deel van het sublitoraal gesloten te worden. In de Noordzeekustzone tussen Callantsoog en de Duitse grens mag geen spisulavisserij en visserij op andere schelpdieren plaatsvinden in delen die ondieper zijn dan 15 meter. Ook moet een voedselreservering ingevoerd worden op basis van 100% ecologische voedselbehoefte voor relevante vogelsoorten, zoals scholeksters, eidereenden en zwarte zee-eenden.

Lange termijn
Worden op korte termijn vorenstaande maatregelen genomen dan kan op de lange termijn ingezet worden op vormen van visserij, die passen binnen de beschermingsdoelstellingen van de internationale Waddenzee. Bijvoorbeeld kan gedacht worden aan de nieuwe vormen van mosselzaadvangst in de Waddenzee en op de Noordzee. Door in te zetten op dergelijke innovaties kan een echt duurzame mosselvisserij gerealiseerd worden.

Het Breed Overleg Schelpdiervisserij reageert hiermee op de vooravond van het wetenschappelijk symposium dat morgen (29 januari a.s.) te Haren gehouden wordt over EVA II. Daar wordt ingegaan op de wetenschappelijke evaluatie van de ecologische effecten van schelpdiervisserij in de Waddenzee.

Aan het Breed Overleg Schelpdieren nemen de volgende organisaties deel:
Waddenvereniging, Vereniging Natuurmonumenten, Vogelbescherming Nederland, Stichting Wilde Kokkels, Stichting de Noordzee, Greenpeace Nederland en It Fryske Gea.


 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Waterrijke gebieden jaarlijks ruim 56 miljard Euro waard


Het Wereld Natuur Fonds presenteert vandaag een nieuw rapport waarin voor het eerst een uitgebreide analyse is gemaakt van de jaarlijkse economische waarde van alle waterrijke gebieden (wetlands) op aarde. Het rapport, opgesteld in samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam, becijfert dat wetlands wereldwijd goederen (zoals voedsel, water en bouwmaterialen) en diensten (zoals waterzuivering) leveren met een totale economische waarde van ruim 56 miljard Euro. De hoogst gewaardeerde functies van wetlands zijn de belevingswaarde en recreatie, het tegengaan van overstromingen, sportvisserij en de zuiverende werking van wetlands. Het Wereld Natuur Fonds waarschuwt dat regeringen wereldwijd de economische waarde van wetlands op het spel zetten door deze gebieden niet op duurzame wijze te beheren. Wereldwijd worden jaarlijks miljarden Euro’s gestoken in het droogleggen van wetlands ten behoeve van irrigatie, landbouw en andere toepassingen die direct economisch ! voordeel opleveren. Met als resultaat: meer overstromingen, watervervuiling en watertekorten. De schade die dit veroorzaakt kost vervolgens weer veel tijd en geld om te herstellen.

In het rapport zijn de 89 bestaande studies betrokken die de waarde van diverse wetlands (waaronder de Waddenzee) al eerder in kaart brachten. De economische waarde van de Waddenzee is bijvoorbeeld vastgesteld op ruim 1,8 miljard Euro per jaar. Met name de natuurlijke zuiveringscapaciteit van de Waddenzee bepaalt de hoogte van dit bedrag. Andere belangrijke Nederlandse wetlands zijn de Oostvaardersplassen en de waterrijke natuur langs de Rijn en Maas. Wetlands zijn niet alleen vanwege hun economische waarde belangrijk. Juist het feit dat zowel de economische, sociale als ecologische waarde van wetlands zo hoog is, maakt dat deze natuurgebieden van cruciaal belang zijn voor de mens en voor ontelbaar veel soorten planten en dieren.

Belang wetlands onderschat
Sinds 1900 zijn ruim de helft van ’s werelds wetlands verdwenen. In Nederland is in 35 jaar tijd, tussen 1950 en 1985, 55 an de waterrijke gebieden in Nederland verloren gegaan, grotendeels langs de kust en het IJsselmeer als gevolg van inpolderingen. “Regeringen en beslissers zien het omgaan met wetlands nog te vaak los van waterbeheer. Wetlands zijn in feite de bron van al het (zoet)water op aarde maar worden nog te vaak gezien als gebieden waar min of meer ‘toevallig’ veel water voorkomt. Bovendien wordt de zo cruciale spons- en bufferfunctie die wetlands hebben in het hele natuurlijke watersysteem nog te vaak niet onderkend”, aldus Leen de Jong, Hoofd Programma Water van het Wereld Natuur Fonds.

In het najaar van 2003 onderzocht TNS NIPO in opdracht van het Wereld Natuur Fonds welke conclusies Nederlanders trokken uit de extreme droogte en hitte waar Nederland in 2003 mee te maken kreeg. Een ruime meerderheid (84was het eens met de stelling dat de hele economie afhankelijk is van water. Tegelijkertijd is ook het publiek zich onvoldoende bewust van het feit dat dit juist het belang van het op natuurlijke wijze beheren van waterrijke gebieden onderstreept. De meningen over mogelijke oplossingen van waterproblemen waren zeer verdeeld.
Goed beheer van waterrijke natuur
Het Wereld Natuur Fonds heeft de afgelopen tien jaar via visies als ‘Levende Rivieren’, ‘Meegroeien met de Zee’ en ‘Bergen van water’ in Nederland laten zien dat nieuwe vormen van waterbeheer geen bedreiging zijn voor de schaarse ruimte, maar juist grote kansen bieden op allerlei terreinen. Voorbeeldprojecten in alle delen van het stroomgebied van Rijn en Maas laten zien dat meer ruimte voor water zich uitstekend laat combineren met veiligheid tegen overstromingen, droogte bestrijding, economische ontwikkelingen, de winning van klei en zand, recreatie, drinkwaterwinning, wonen, voedselproductie en natuurlijk ook met een rijke natuur. De Jong: “Op het gebied van waterbeheer strijden vaak korte en lange termijnoplossingen om voorrang. De grote uitdaging voor regeringen en beslissers overal ter wereld is dan ook om ‘regeren is vooruitzien’ nu ook echt in de praktijk toe te passen.”
 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Pleidooi vijf zeereservaten in
Nederlandse Noordzee
Bescherming voor roggen, koralen, haaien,
dolfijnen en zeekoeten


16 november 2003

Stichting De Noordzee pleitte vanmorgen bij het Radioprogramma Vara Vroege Vogels voor instelling van vijf zeereservaten. Internationaal is Nederland daar toe verplicht. Een vandaag gepubliceerd document toont waarom deze bijzondere natuurgebieden in de Noordzee bescherming verdienen. Bescherming is van levensbelang voor onder andere koudwater koralen, dolfijnen, roggen, haaien en zeekoeten. Ook voor de kabeljauw en schol zijn zeereservaten gunstig.

De vijf natuurgebieden in het Nederlandse deel van de Noordzee zijn ecologisch van groot belang. Bijzondere dieren als de dodemansduim (koudwater koraal), de witflankdolfijn, de stekelrog en de hondshaai komen in de gebieden voor. De gebieden zijn ook belangrijk voor de visstand en voor de voedselvoorziening van zeedieren en zeevogels zoals de jan van gent en de zeekoet.

Vier van de gebieden liggen op 50 tot ruim 200 kilometer uit de kust. Dit zijn de Doggersbank, de Klaverbank, de Centrale Oestergronden en het Friese Front. Het vijfde gebied is de Kustzone, het deel van de zee,dat direct grenst aan het strand.

Ruimte vastleggen
Stichting De Noordzee pleit bij de Nederlandse regering om de vijf beschermde gebieden op te nemen in de nieuwe Nota Ruimte. De ruimtelijke vastlegging is slechts een eerste stap naar een betere bescherming. Volgens Stichting De Noordzee moet per gebied afgesproken worden welke activiteiten er mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden.

Geen hek om de zee
Een zeereservaat betekent niet dat er een denkbeeldig hek om de zee wordt gezet, zo benadrukt de milieuorganisatie. Op de Klaverbank, een grindgebied met bijzondere bodemdieren op 150 km uit de kust, mag volgens De Noordzee bijvoorbeeld wel gevaren en op haring gevist worden. Maar, zo stelt projectleider Henk Offringa, bodemvisserij en het winnen van zand en grind moet daar worden verboden.

Internationale verplichting
Door de zeereservaten te erkennen zou de Nederlandse overheid tonen dat zij de bescherming van het mariene milieu serieus neemt. Internationaal zijn de afspraken reeds gemaakt (OSPAR, EU richtlijnen, Biodiversiteits Conventie). Individuele landen moeten nu aan de slag. Dat moet al snel af zijn want de afspraak is dat uiterlijk 2010 een Europees netwerk van beschermde gebieden operationeel is.

Brede steun
Het pleidooi van Stichting De Noordzee heeft de steun van andere milieuorganisaties (WWF, Natuurmonumenten, Greenpeace, Waddenvereniging, Zeeuwse milieufederatie), het ministerie van LNV en wetenschappers.



 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Vissen op kokkel nekt wadvogels


De Waddenvereniging ziet de uitgelekte uitkomsten van EVA II als een bevestiging dat mechanische kokkelvisserij niet in de Waddenzee thuishoort.

“Natuurbalans” van het Milieu- en Natuurplanbureau van het RIVM bevat per ongeluk de hoofdlijnen van de langverwachte studie naar de gevolgen van kokkel- en mosselvisserij op de Waddenzee.

Een vergaande beperking van de schelpdiervisserij lijkt onontkoombaar. De minister van LNV heeft gezegd, dat hij zich bij het nieuwe scheldpiervisserijbeleid zal baseren op de conclusies van EVAII.

Twee maanden geleden werd de publicatie van deze wetenschappelijke evaluatie uitgesteld na onenigheid tussen betrokken belangengroepen en onderzoekers.
Ook na jarenlang onderzoek blijven de partijen nog even strijden over de conclusies, die vooral de belangen van de kokkel- en mosselvissers ernstig kunnen schaden.
Mede dankzij dit uitstel kregen de kokkelvissers dit jaar nog een nieuwe vergunning voor de mechanische visserij in de Waddenzee. De Waddenvereniging en andere natuurorganisaties trachtten vergeefs die toestemming ongedaan te maken bij de Raad van State.


Uit de voorlopige conclusies blijkt dat mosselbanken in de Waddenzee zich herstellen op plaatsen waar niet gevist mag worden; dat bevissing van mosselzaadbanken niét gunstig is voor de groei van die banken; dat de huidige voedselreservering voor eidereenden en scholeksters vermoedelijk tekortschiet; dat de mechanische kokkelvisserij de bodem van de Waddenzee verandert en dat daardoor de kokkels waarschijnlijk minder snel groeien, waardoor er voor de vogels nog minder voedsel aanwezig is.
 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Klimaatverandering extra reden voor samenhang van natuurgebieden


15 september 2003


Leefgebieden van planten en dieren verschuiven, vogels broeden steeds vroeger in het jaar, voedselketens raken verstoord. Klimaatverandering blijkt invloed te hebben op de natuur. Samenhangende natuurgebieden van goede kwaliteit bieden aan zowel de blijvende, de doortrekkende als de nieuwe soorten de kans om te overleven en zo de biodiversiteit in Nederland in stand te houden. De realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), die tot samenhangende natuurgebieden moet leiden, loopt echter achter op schema en dreigt verder te vertragen. Dat blijkt uit de zojuist verschenen Natuurbalans 2003.

Aanpassing van natuur aan klimaatverandering vraagt tijd en ruimte.
Het klimaat verandert zo snel dat het risico bestaat dat planten- en diersoorten de veranderingen niet kunnen bijbenen. Om soorten de kans te geven zich aan te passen, zou het overheidsbeleid zich zowel moeten richten op het verlagen van het tempo van opwarming van de aarde, als op het bieden van leefruimte.
Soorten waarvan de leefgebieden ongeschikt worden, moeten naar andere gebieden kunnen uitwijken, anders sterven de populaties uit. Daarom is het van belang dat er een netwerk van samenhangende natuurgebieden beschikbaar is, fijnmazig voor de soorten die weinig mobiel zijn, en grensoverschrijdend voor de soorten die in Nederland aan de rand van hun verspreidingsgebied zitten.
Omdat leefgebieden van soorten verschuiven is er geen garantie dat soorten in de toekomst in de speciaal voor hen aangewezen natuurgebieden blijven. Dit geldt ook voor de soorten in de Vogel- en Habitat richtlijngebieden, die Nederland op grond van Europese verplichtingen moet beschermen.

Ecologische Hoofdstructuur biedt op papier perspectief, maar praktijk blijkt weerbarstig
Met de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) zou een samenhangend netwerk van natuurgebieden moeten ontstaan. De realisatie ervan ligt echter achter op schema. Door het streven van het kabinet-Balkenende om een groter gedeelte van de nieuwe natuur door particulieren te laten ontwikkelen, dreigt een verdere vertraging. Tot nu toe zijn hiervoor nog nauwelijks regelingen tussen overheid en particulieren getroffen. Ook staat een Europese EHS nog in de kinderschoenen.
Bovendien is de milieukwaliteit in en rond de EHS ongeschikt voor de gewenste natuur. De depositie van stikstof op het land en de gehalten aan fosfor in het water zijn te hoog en zullen ook in 2018, wanneer de EHS klaar moet zijn, in veel natuurgebieden nog niet genoeg zijn gedaald. De bestrijding van de verdroging van natuurgebieden loopt ver achter op het doel. Zomers zullen door de klimaatverandering warmer en droger worden, en dit zal in natuurgebieden die al van verdroging te lijden hebben, extra hard aankomen. De bloei van ongewenste blauwalgen in het water, veroorzaakt door de hoge gehalten aan fosfor, zal toenemen door de hogere temperaturen.

Proeftuinen ‘groen-blauwe dooradering’ niet van start
Aansluitend op de EHS beoogt het beleid om het landelijk gebied fijnmazig te dooraderen met heggen, groenstroken, natuurlijke oevers en dergelijke, de zogenaamde “groen-blauwe dooradering”. Deze biedt voor veel soorten een noodzakelijke aanvulling op de EHS. Plannen om groen-blauwe dooradering in zogenaamde “proeftuinen” aan te leggen, liggen al sinds eind vorig jaar klaar. Tot op heden is de uitvoering van de plannen echter nog niet gestart, door onduidelijkheid over de beschikbaarheid van geld.

 

 
   
   
 
    terug naar boven  
   
 

Beschermde zeegebieden (MPA's)
broodnodig om visserij impuls te geven


28 augustus 2003


Het aantal beschermde zeegebieden (Marine Protected Area's: MPA's) moet volgens het Wereld Natuur Fonds drastisch worden uitgebreid om vispopulaties een kans te geven zich te herstellen. Vissers vrezen een vermindering van de vangst en opbrengst omdat er in veel Marine Protected Area's (MPA's) niet of ten dele niet gevist mag worden. Uit een rapport van het Wereld Natuur Fonds blijkt echter het tegenovergestelde: de visstand neemt toe in een beschermd zeegebied en zorgt ook voor herstel van de populaties erbuiten. Vissen blijven immers niet in een beschermd gebied, maar begeven zich ook daarbuiten.

Het rapport 'Beyond Boundaries: The Fishery Effects of Marine Reserves' stelt dat het noodzakelijk is dat één derde van de oceanen wordt uigeroepen tot beschermd gebied. Alleen dan kan, samen met verbeterde visserij regelgeving, het leven in zee voldoende worden beschermd. Het Wereld Natuur Fonds dringt er daarom bij regeringen op aan om meer beschermde zeegebieden te creëren.

Beschermde zeegebieden fungeren als kraamkamer
In de studie is informatie van meer dan 60 verschillende beschermde zeegebieden in de wereld geanalyseerd. Vissen blijken zich in beschermde zeegebieden beter te vermenigvuldigen. Volgens het rapport kunnen de visvoorraden tot vijf maal toenemen in MPA's die reeds 5 jaar bestaan. Deze vissen, maar ook hun eitjes verspreiden zich waardoor de voorraad vis niet alleen toeneemt in het beschermde gebied maar ook daarbuiten.

Desondanks benadrukken de schrijvers van het rapport dat alleen het beschermen van een zeegebied niet voldoende is om het tekort aan vis te kunnen oplossen. MPA's zijn pas effectief als ze samen gaan met regels op het gebied van de grootte van de visserijvloot, de visuitrusting en de hoeveelheid en grootte van de visvangst.

Ook beschermde zeegebieden in Nederland
De studie van het Wereld Natuur Fonds laat zien dat in tegenstelling tot beweringen dat MPA's zorgen voor minder visvangst, zij op den duur juist zorgen voor een grotere vispopulatie. Niet alleen de kleine visserij profiteert hiervan maar ook de grote commerciële visserij. Beschermde zeegebieden zijn van levensbelang voor de toekomst van de visserij en voor het behoud van tal van vissoorten. Ook de Nederlandse Noordzee herbergt gebieden die de rol van kraamkamer vervullen. Het Wereld Natuur Fonds hoopt dan ook dat de Nederlandse regering met Engeland en Duitsland concrete afspraken gaat maken over een beschermde status voor de Doggersbank. Zelf kan Nederland in haar kustzone, de Klaverbank, het Friese Front en de Centrale Oestergronden als beschermde zeegebieden aanwijzen.

Netwerk MPA's
Onderzoek -recentelijk gepubliceerd in het tijdschrift 'Nature'- stelt dat wereldwijd meer dan 90% van de grote vissen zijn verdwenen. Op dit moment is slechts 0,01% van de zeeën en oceanen beschermd. Zo'n 70% van de vispopulaties wordt overbevist. Het Wereld Natuur Fonds streeft naar een netwerk van beschermde zeegebieden om het leven in zee te beschermen.

WNF

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Online reuzenhaai in Noordzee bekijken
 

Rode poon

Fotografie: Duncan van Vliet

Tuimelaar

Fotografie: Marijke de Boer

ZeeInZicht
maakt het onzichtbare zichtbaar


Het strandseizoen aan de Noordzee gaat van start, maar wat weten we van de natuur in zee? Op www.zeeinzicht.nl kunnen strandliefhebbers, zeefanaten en andere geïnteresseerden vanaf vanmiddag 30 kleurrijke en bijzondere Noordzeedieren bekijken. Met beeld en geluid laat ZeeInZicht zeenatuur zien die normaal onzichtbaar is. ZeeInZicht staat onder redactie van NIOZ, Alterra, EcoMare en Stichting De Noordzee.

Op de site ga je letterlijk kopje onder. Met een soort duikbril kijkt de bezoeker onder en boven de zeespiegel naar zeedieren. 30 soorten die in de Noordzee voorkomen zoals de reuzenhaai (een planktonetende haai zonder tanden), de dodemansduim (een zacht koraal), de weduweroos en allerlei dolfijnen en zeevogels kun je bekijken bij ZeeInZicht.

Foto's, video's en geluiden in plaats van tekst brengen de informatie over. Voor de meer geïnteresseerden zijn er links naar andere informatiebronnen. We willen de Noordzeenatuur vooral laten zien; het onzichtbare zichtbaar maken, aldus Michel Langendijk, die namens de samenwerkende organisaties het project heeft begeleid.

ZeeInZicht is gemaakt voor zowel volwassenen als scholieren. Het is de bedoeling steeds fotos, geluiden en videos van goede kwaliteit aan de site toe te voegen. Daarvoor wordt materiaal gebruikt van professionele fotografen. We hopen ook dat vissers, duikers, zeilers, zeelieden en werknemers van offshore platforms foto's en video's zullen inzenden, aldus Michel Langendijk.

De site is een initiatief van NIOZ, Alterra, Ecomare en Stichting De Noordzee en wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de NAM, BP en het ministerie van LNV.

 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Veerman: uitzetten otters hervatten


3 juli 2003

Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft besloten het programma dat voorziet in het uitzetten van 40 otters in de periode 2002-2006, te continueren. Vanaf voorjaar 2004 worden weer otters in het wild gevangen voor dit doel, om vervolgens aan het begin van de zomer uitgezet te worden in Nederland.Ter overbrugging zullen in 2003 enkele otters uit verschillende fok- en opvangprogramma's worden uitgezet.
In 2002 is het otterprogramma gestart. Tijdens het vangen in Letland en Wit Rusland, zijn 3 dieren overleden. Minister Veerman heeft naar de doodsoorzaak een onderzoek ingesteld. In afwachting van de uitkomsten van dit onderzoek is het vangen van otters opgeschort.
Uit het onderzoek blijkt nu dat de dood van de otters waarschijnlijk te wijten is aan het samenspel tussen de gebruikte verdovingsmiddelen en de stress ten gevolge van het vangen. Het vangen in 2004 zal dan ook moeten plaatsvinden aan de hand van een aangepast verdovingsprotocol.
Omdat de vangst en het uitzetten van otters goed moet worden voorbereid en derhalve voorbereidingstijd vraagt, wil Veerman in 2003 zo mogelijk enkele otters uitzetten die in gevangenschap leven in het buitenland. Daarmee wil hij voorkomen dat de populatie otters te klein wordt. In de tweede helft van 2003 zal in goed overleg met betrokken partijen een plan van aanpak worden opgesteld voor het vervolg.

Informatie: http://www.terugkeer-otter.nl

 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

DUURZAAM BOSBEHEER MOET REGENWOUD REDDEN

1 juli 2003

De snelheid waarmee het Amazone-regenwoud verdwijnt is alarmerend. In de periode juli 2001-juni 2002 nam de ontbossing met 39% toe, zo blijkt uit een rapport van het Braziliaans Instituut voor Ruimteljk Onderzoek. Voor het Wereld Natuur Fonds bevestigt dit rapport nog eens de noodzaak om haast te maken met een 3-sporenbeleid gericht op behoud van het grootste regenwoud ter wereld, waarvan tal van planten- en diersoorten afhankelijk zijn.

De groeiende vraag naar soja en de nog steeds lucratieve illegale houtkap zijn de belangrijkste oorzaken voor de snelle ontbossing. De aanpak van het Wereld Natuur Fonds is erop gericht om met name die oorzaken ook aan te pakken. De 3-sporenaanpak bestaat uit:
 
1 het voorkomen van voortdurende omvorming van bossen naar sojaplantages door middel van invoering van een duurzaam landbouwprogramma;
2 het realiseren van beschermde bosgebieden waar de talrijke unieke planten- en diersoorten van de Amazone hun toekomst zeker zijn; het door het Wereld Natuur Fonds samen met de Braziliaanse regering ontwikkelde Programma Beschermde Gebieden van de Amazone (ARPA) is daarvoor een goede basis;
3 het ontwikkelen van een duurzame boseconomie waarbij duurzaam bosbeheer volgens de internationaal erkende criteria van FSC (Forest Stewardship Council) het uitgangspunt kan zijn. Het Amazone regenwoud is alleen te redden door te zoeken naar oplossingen die bijdragen aan zowel behoud van de natuurlijke rijkdom als aan verbetering van de kwaliteit van leven voor de mensen ter plekke. De Braziliaanse regering is van die noodzaak doordrongen. In het kader van het Programma Beschermde Gebieden van de Amazone is er de toezegging om te komen tot een netwerk van beschermde bosgebieden ter grootte van 10% van de Braziliaanse Amazone. Als het gaat om duurzame landbouw, dan zet de Braziliaanse regering in op het benutten van gedegradeerde gebieden voor soja in plaats van ongerept regenwoud.

"Samen met de Braziliaanse regering is het Wereld Natuur Fonds bezig met een grootschalige reddingsoperatie voor het Amazone regenwoud", zegt Arnold van Kreveld, hoofd van het bossenprogamma van het Wereld Natuur Fonds. "Tegelijkertijd gaat het met de Amazone ongelooflijk achteruit, zo bevestigen de cijfers nog eens. Het is een race tegen de klok, maar zeker geen verloren race" zo stelt Van Kreveld. Het Wereld Natuur Fonds is met haar 3-sporen aanpak in Brazilië in staat echt een verschil te maken. Met de Braziliaanse regering zijn afspraken gemaakt over beschermde gebieden in de Amazone. Het komt er nu op aan die 'papieren' bescherming ook in het veld te realiseren. De totale oppervlakte bos die wordt beheerd volgens de criteria van FSC is inmiddels gegroeid tot 36,8 miljoen ha. wereldwijd; in Brazilië (Amazone en kustgebied) wordt 1, 28 miljoen ha. regenwoud duurzaam beheerd volgens FSC. Een voorbeeld van zo'n FSC-beheerd bos is te vinden in de deelstaat Acre, waar beetje bij beetje een duurzame boseconomie van de grond komt. Lokale rubbertappers verdienen hun boterham met de verkoop van rubberproducten. Door samenwerking tussen de fietsfabrikant Giant en deze rubbertappers vinden fiets- en zadeltassen van Treetap-rubber inmiddels hun weg naar de Nederlandse markt.

WNF
 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 

Noordzee ministers willen beschermde gebieden op zee
 

25 juni 2003

Stichting De Noordzee is tevreden dat de Europese milieuministers in Bremen hebben besloten voor 2010 een netwerk van beschermde gebieden in zee in te stellen. Deze zijn nodig om herstel van soorten en leefgebieden in zee mogelijk te maken. Op het Nederlandse deel van de Noordzee zijn er vijf bijzondere gebieden: de Klaverbank, Friese Front, Doggersbank, Centrale Oestergronden en de kustzone.

De ministers waren in Bremen om te onderhandelen over een aanpak van de problemen in de Noordzee en de aangrenzende Europese zeeën.

Voorafgaand aan deze conferentie werd al jaren gewaarschuwd dat het slecht gaat met de natuur in de Noordzee. Door vervuiling, intensieve visserij en toenemend gebruik van de zee hebben met name lang levende soorten, zoals bijvoorbeeld haaien en roggen, het moeilijk. Leefgebieden van deze soorten, die over het algemeen langzaam voortplanten en gevoelig zijn voor bodemberoering, moeten volgend de ministers hersteld worden door een gebiedsgerichte aanpak.

Stichting De Noordzee heeft samen met haar Europese koepelorganisaties Seas at Risk (SAR) en het WNF aangedrongen op de instelling van beschermde zeegebieden.

De natuurgebieden in zee moeten volgens de ministers voor 2006 geïdentificeerd worden. In 2010 moet dit een operationeel netwerk vormen. In Nederland zijn er minimaal vijf potentiële beschermde zeegebieden de Klaverbank, Friese Front, Centrale Oestergronden, de Doggersbank en de Kustzone. De Nederlandse ministeries onderstrepen de belangrijke natuurwaarden van deze gebieden.

De vijf gebieden zijn bijzonder vanwege het voorkomen van onder andere zacht koraal, zeldzame scheldieren, roggen, haaien en dolfijnen.

Over de rest van de uitkomsten van de ministersbijeenkomst is Stichting De Noordzee minder te spreken. De milieuministers uit alle landen aan de Noordzee en de Oostzee hadden de kans om duidelijke afspraken te maken om de huidige problemen met overbevissing en vervuiling door de scheepvaart aan te pakken. Tot ergernis van de milieuorganisaties schoven de ministers op deze terreinen alle beslissingen door naar Brussel.

Stichting De Noordzee
 

 
 
    terug naar boven  
   
 

NOORDZEE EN BALTISCHE ZEE IN SLECHTE CONDITIE

23 juni 2003

Tal van vissoorten en het koudwaterkoraal in de Atlantische Oceaan en de Baltische Zee staan onder druk. Hun aantallen nemen af, de visvoorraden zijn ontoereikend voor de commerciële visserij en tal van kwetsbare onderwatergebieden gaan achteruit of zijn al verwoest. Dat blijkt uit het rapport "Atlantische Oceaan en Baltische Zee: een gezondheidstoets" dat het internationale Wereld Natuur Fonds aan de vooravond van de Europese zeeconferentie in Bremen heeft gepresenteerd. De conditie van de Atlantische oceaan en de Baltische Zee is kritiek.

Oorzaken
Belangrijke oorzaken voor de slechte conditie van deze onderwaternatuur in de Atlantische Oceaan en de Baltische Zee zijn nog steeds: gebruik van verkeerd vistuig, zoals sleepnetten; vervuiling als gevolg van opslag, dumping en lozing van gevaarlijke stoffen; en de effecten van klimaatverandering. Deze schadelijke activiteiten gaan ongehinderd door, omdat er nauwelijks voortgang is op het gebied van:
- verantwoord beheer van de onderwatergebieden en vispopulaties
- kennis over en begrip van het belang van de onderwaternatuur.
Het Wereld Natuur Fonds roept de Europese Milieuministers dan ook op om deze week in Bremen de noodzakelijke maatregelen te treffen om de waardevolle onderwatergebieden en -soorten voor de toekomst veilig te stellen. Zo'n pakket van maatregelen zou in ieder geval moeten behelzen:
- het in kaart brengen van de ecologische en economische waarde van de onderwatergebieden;
- het realiseren van een netwerk van beschermde onderwatergebieden;
- het realiseren van beheersplannen en uitvoering hiervan en toezicht hierop;
- het gebruiken van reeds bestaande afspraken om vervuiling tegen te gaan en soorten en leefgebieden te beschermen.

Europees koraal
Bij de Atlantische Oceaan, de Noordzee en de Baltische Zee komt meestal het beeld van een grijze, grauwe zee voor ogen. Maar ook de Europese wateren herbergen zeldzame en mooie natuur, met haaien en roggen. Op de Klaverbank in de Nederlandse Noordzee is een zacht koraalsoort, het Dodemansduim, te vinden. Rond de Azoren in de Atlantische Oceaan is prachtig koudwaterkoraal te vinden, dat voor tal van vissoorten in Europa de rol vervult van kraamkamer. Deze gebieden van zijn levensbelang voor de toekomst van de visserij en voor het behoud van tal van vissoorten. "Ook de Nederlandse Noordzee herbergt gebieden die de rol van kraamkamer vervullen. Het Wereld Natuur Fonds hoopt dan ook dat de Nederlandse regering met Engeland en Duitsland concrete afspraken gaat maken over een beschermde status voor de Doggersbank. Zelf kan Nederland in haar kustzone, de Klaverbank, het Friese Front en de Centrale Oestergronden als beschermde zeegebieden aanwijzen", zo verklaart Carel Drijver, hoofd Kusten- en Oceanenprogramma van het Wereld Natuur Fonds.

Noorwegen heeft inmiddels het goede voorbeeld gegeven, door ieder zeegebied waar koudwaterkoraal voorkomt een wettelijk beschermde status te geven. In juni is in dat kader het onlangs ontdekte Tisler Reef door de Noorse regering tot beschermd gebied verklaard.

Lange weg
De weg naar een gezonde Atlantische Oceaan en Baltische Zee lijkt nog een lange. In de afgelopen 30 jaar hebben de landen in het kader van OSPAR* en HELCOM* al talloze afspraken gemaakt, maar van uitvoering van die afspraken is nog nauwelijks sprake. Het nieuwe WWF-rapport geeft heel duidelijk aan dat de conditie van de twee belangrijke Europese zeegebieden zeer kritisch is. Voor alle 22 onderzochte onderwatergebieden, die van belang zijn voor de Europese zeeën, geldt dat de conditie verslechtert met uitzondering van de mosselbanken. En als er al sprake is van een toename van de aantallen van een soort, dan is het nog maar de vraag of dat 'winst' is, omdat de oorzaak ligt in de toename van beschikbaar voedsel als gevolg van het overboord gooien van visafval op zee.


Het rapport "North East Atlantic and Baltic Sea Health Check" is beschibkaar via de website: http://www.panda.org/downloads/marine/marinehealthcheckreport.doc

Meer informatie over het Wereld Natuur Fonds en de conferentie in Bremen via de website: http://www.wwfneap.org

 

 
 
    terug naar boven  
   
 

MIJLPAAL VOOR WALVISBESCHERMING


17 juni 2003


Het internationale Wereld Natuur Fonds is heel blij met het resultaat dat gisteren geboekt is op de 1e dag van de 55e Walvisvaart Commissie (IWC) in Berlijn. Een historische dag voor de bescherming van walvissoorten. Met deze resolutie wordt erkend dat, naast de commerciële walvisvaart, andere bedreigingen zoals onbedoelde bijvangst dringend vragen om maatregelen.

Met het Berlijns Initiatief hebben 25 van de in totaal 45 uitgebrachte stemmen door bij de IWC aangesloten landen zich uitgesproken vóór het treffen van maatregelen gericht op bescherming van walvissoorten. Ook Nederland schaarde zich onder de voorstanders. De aangenomen resolutie biedt grote kansen om te komen tot effectieve walvisbescherming, zo meent het Wereld Natuur Fonds. Des te teleurstellender is de afwijzende houding van Japan, IJsland en Noorwegen, die zich het recht voorbehouden om zich aan dit initiatief te onttrekken. Het Wereld Natuur Fonds dringt er bij deze landen en de overige voorstanders van walvisvangst op aan om de wens van een royale meerderheid van de IWC-landen te steunen en in onderlinge samenwerking en over grenzen heen te werken aan het realiseren van dit grensverleggende natuurbeschermingsinitiatief. Het in de praktijk uitvoeren van het Berlijns Initiatief kan een bijdrage leveren aan het terugdringen van onbedoelde bijvangst. En dat is hard nodig, zo blijkt uit het IWC-rapport van afgelopen week dat constateert dat jaarlijks 300.000 walvissen, dolfijnen en bruinvissen het leven laten in vissersnetten. De Internationale Walvisvangst Commissie (IWC) is dé internationale organisatie die zich formeel bezighoudt met de bescherming van walvissoorten en hun bedreigingen, te weten bijvangst, waterverontreiniging, klimaatverandering, en aanvaringen met schepen. De IWC is in 1948 opgericht en inmiddels zijn er 49 landen bij aangesloten, waaronder Nederland.

WNF
 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 
Europa verwaarloost haar schatkamer onder water


13 juni 2003

Ook Nederlandse kustwateren onvoldoende effectief beschermd

Er is nauwelijks sprake van vooruitgang in de effectieve bescherming van de Europese kust- en zeegebieden. Dit blijkt het rapport 'Beschermen regeringen onze schatrijke onderwater-natuur?' dat het internationale Wereld Natuur Fonds vandaag presenteert. Dit ondanks een tweetal verdragen waarin Europese landen zich hebben verplicht te komen tot een netwerk van beschermde zeegebieden. Ook de Nederlandse inspanningen laten te wensen over. Het Wereld Natuur Fonds vindt dat de Europese landen de aankomende conferentie over bescherming van kust en zeegebieden (OSPAR-HELCOM) moeten benutten om te komen tot een representatief netwerk van beschermde kust- en onderwatergebieden. Alleen dan zullen de verschillende dier-en plantensoorten in de Baltische en Atlantische Oceaan verzekerd zijn van een toekomst.

Op dit moment is slechts voor enkele gebieden en vissoorten sprake van enige bescherming tegen menselijke activiteit, veelal binnen de territoriale wateren. De kwetsbare onderwatergebieden buiten de territoriale wateren zijn nog steeds min of meer 'vogelvrij'. Met alle risico's van dien, zoals de gezonken tanker Prestige, waar nog dagelijks olie uitlekt en als gevolg waarvan een kwetsbaar onderwatergebied voorgoed verloren dreigt te gaan. Is er wel sprake van enige bescherming, dan is het vaak bescherming op papier en is er gebrek aan effectief beheer en toezicht van deze kust- en zeegebieden. De grootste struikelblokken op weg naar een effectief beheerd netwerk van beschermde kust- en zeegebieden zijn volgens het rapport van het Wereld Natuur Fonds:
- gebrek aan een gezamenlijke en integrale aanpak: landen en sectoren zijn ieder voor zich bezig;
- gebrek aan communicatie en afstemming tussen overheden verantwoordelijk voor bescherming van kust- en zeegebieden en overheden verantwoordelijk voor visserijbeleid;
- onvoldoende inzet van mensen en financiële middelen voor beschermde kust- en zeegebieden.
"En dat in de wetenschap dat bescherming van kwetsbare kust- en zeegebieden van het grootste belang is voor zowel bescherming en behoud van levensvatbare visvoorraden, als voor behoud van een bron van inkomsten voor mensen als voor behoud van waardevolle onderwaternatuur", zegt Carel Drijver, hoofd Oceanen en Kusten van het Wereld Natuur Fonds.

Ook Nederland kan tijdens de aankomende conferentie over beschermde kust- en zeegebieden het goede voorbeeld geven, door bijvoorbeeld concrete afspraken te maken met Engeland en Duitsland over een beschermde status voor de Doggersbank. Zelf kan Nederland haar Kustzone, de Klaverbank, het Friese Front en de Centrale Oestergronden als beschermde zeegebieden aanwijzen. "De Nederlandse Waddenzee en de Noordzeekust herbergen unieke onderwaternatuur, zoals de roggen en haaien. We hebben zelf een zacht koraalsoort, het Dodemansduim, dat voorkomt op de Klaverbank. Voor de Nederlandse Minister van Landbouw, Natuur en Voedselvoeligheid ligt hier een belangrijke uitdaging" zo verklaart Drijver.

WNF
 

 
 
    terug naar boven  
   
 

Verantwoord, natuurvriendelijk toerisme


PAN Parken zijn natuurgebieden die goed beheerd worden en waar ruimte is voor verantwoord, natuurvriendelijk toerisme. Toeristen zijn welkom, maar op een dusdanige wijze dat de natuur daarbij geen schade oploopt. Het PAN-Park initiatief is in 1997 gelanceerd door het Wereld Natuur Fonds en de recreatie-onderneming Molecaten Groep uit Nederland. Zij hebben gezamenlijk in 1999 de PAN-Park organisatie opgericht. Deze organisatie is verantwoordelijk voor de certificering van de potentiële PAN-Parken. Op dit moment zijn er drie PAN Parken in Europa, Fullufjället in Zweden, Bieszczady in Polen en Oulanka in Finland.

Toerisme is één van de snelst groeiende economische sectoren ter wereld. Zo'n tachtig procent van alle toeristen doet iets in of om de natuur. De toenemende druk van het toerisme vormt op tal van plaatsen een bedreiging voor de natuur. Het Wereld Natuur Fonds is ervan overtuigd dat die groeiende belangstelling juist verrassende kansen biedt. Europese natuurgebieden kunnen op een duurzame wijze blijven bestaan, juist door ze aan toeristische activiteiten te verbinden. Toeristen kunnen bijdragen aan de bescherming en het behoud van unieke en waardevolle natuurgebieden in Europa.

Voor meer informatie over PAN Parks kunt u kijken op www.panparks.org

 

 
   
 
    terug naar boven  
   
 
Natuurkwaliteit als beschavingsnorm


12-06-2003

Willen we een wereld nalaten zonder bijvoorbeeld nachtegaal, zonder koekoek, zonder kamperfoelie of zonder heide? We willen immers ook geen wereld zonder bijvoorbeeld Plato, Rembrandt of Pop-art. Het meest wezenlijke van beschaving is dat we anderen niet beperken in hun belevingsruimte, in hun mogelijkheden en in hun vrijheid van keuze. De keuzes voor natuurkwaliteiten zijn echter door anderen gemaakt. De nieuwe generatie heeft geen stem gehad in wat voor natuur haar is toegekomen.

De variatie in natuur gaat geleidelijk achteruit. Dit heeft o.a. als gevolg dat voor elke nieuwe generatie de natuur die voor haar als referentie dient, weer verder is verarmd. Iedere nieuwe generatie weet niet echt wat voor haar verloren is gegaan. Er is zo een bijna vanzelfsprekende aanvaarding van de toestand van de natuur.

In Nederland is als in geen land ter wereld de grens tussen cultuur en natuur vervaagd. Natuur wordt hersteld, omgevormd, ontwikkeld en gepland. Via natuurcompensatiemodellen wordt natuur die op de ene plek verloren gaat, op een andere plek vervangen. De schijn ontstaat zo dat natuur een maakbaar product of een consumptieproduct is, waardoor de zorg voor de natuur bij de burger natuurlijk afneemt. Omdat de natuur steeds meer onderdeel is geworden van onze cultuur is ook de inhoud van het natuurbegrip vervaagd. Alles wat groen is is natuur gaan heten. En met het 'groen' is het niet slecht gesteld: het areaal aan 'groen' krijgt zelfs steeds meer ruimte. Hierdoor lijkt de toestand van de natuur lang niet zo zorgelijk als hij werkelijk is.

ANP

 
   
 
    terug naar boven