Archief
2003/2004

-van Ardenne pleit voor anti-corruptie code

-Kennis om kinderarbeid te kunnen mijden ontbreekt

-Made-By start in Nederland met drie merken

-Biologisch katoen

-Grootste bestelling in geschiedenis Fair Trade

-Schone dienstkleding: terug naar af

-Nederlandse jongeren presenteren visie op duurzame ontwikkeling

-Eerlijke spijkerbroek op Nederlandse markt

-Kids doneren


-
Zwemmen in natuur-water kan ongezond zijn





 

 

   

 


Archief 2003/2004   terug naar lifestyle
 




Kennis om kinderarbeid te kunnen mijden ontbreekt

CONSUMENT WIL PRODUCTINFORMATIE OVER KINDERARBEID

Bijna driekwart (71%) van de Nederlandse consumenten wil dat bedrijven beter aangeven wat ze doen om kinderarbeid te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van labels of keurmerken. Dat blijkt uit opinieonderzoek van Interview/NSS in opdracht van Unicef Nederland. Een meerderheid van de consumenten beseft dat kinderarbeid een rol speelt in het productenaanbod en zegt daar ook in de winkel daadwerkelijk bij stil te staan. De hogere inkomens scoren daarbij hoger dan gemiddeld. Het ontbreekt de klanten echter aan productinformatie om hun keuzes op te baseren. Zo kan slechts een kwart van de consumenten namen noemen van bedrijven die op dit terrein onbetrouwbaar worden geacht. Unicef roept producenten en winkelbedrijven op de consument meer duidelijkheid te verschaffen omtrent hun inspanningen ter voorkoming van kinderarbeid.

De consument denkt door kinderhanden gemaakte producten vooral tegen te komen in kleding- en modewinkels. De branche wordt het meest genoemd (48%), gevolgd door sportartikelen (24%) en speelgoed (19%). Gaat het om concrete bedrijfsnamen dan staat sportartikelenfabrikant Nike met 33% bovenaan de lijst. Slecht 15% van de ondervraagden wist ook voorbeelden te noemen van bedrijven met een goede naam op het gebied van kinderarbeid, waarbij Max Havelaar en de Wereldwinkels het vaakst naar voren kwamen. Tekenend voor het gebrek aan feitenkennis is de opmerkelijke overlap tussen de 'goede' en 'slechte' lijst: IKEA, bijvoorbeeld, staat op beide lijsten in de top-6.

Uitgedrukt in concrete percentages is 60% van de Nederlandse consumenten zich bewust van kinderarbeid in het Nederlandse productaanbod. Eenmaal in de winkel staat 51% daadwerkelijk stil bij dat feit en zegt 44% vervolgens niet over te gaan tot aanschaf, dan wel eerst te informeren naar de achtergrond van het product. De koopkrachtiger consument is zich meer dan gemiddeld bewust van kinderarbeid en besluit vaker niet te kopen of eerst informatie in te winnen.

Het besef van kinderarbeid in het productaanbod ligt opmerkelijk hoog bij jongeren. Driekwart van de 16-25-jarigen (74%) is zich bewust van kinderarbeid, tegen 65% van de 26-45 jarigen en 51% van de 45-plussers. Echter, eenmaal in de winkel laten de jongeren deze kennis het minst meewegen in hun aankoopbeslissingen.

Naar schatting moeten wereldwijd 250 miljoen kinderen werken in plaats van naar school te gaan. Het overgrote deel van deze kinderen werkt voor de binnenlandse markt. Rigoureuze boycots ter bestrijding van kinderarbeid werken averechts, zo leert de ervaring. Kinderen die worden ontslagen vanwege een dreigende boycot komen doorgaans in nog veel slechtere omstandigheden terecht. Unicef richt zich daarom op geleidelijke afschaffing van kinderarbeid, via projecten waarbij in samenwerking met werkgevers werken en leren wordt gecombineerd. Zo gaan in Bangladesh, waar ruim 6 miljoen kinderen onder de 15 werken, met hulp van Unicef en werkgevers inmiddels ruim 350000 kinderen naast hun werk dagelijks 2 uur naar school.
 

 
 
    terug naar boven  

MINBZ: VAN ARDENNE PLEIT VOOR VRIJWILLIGE ANTI-CORRUPTIE CODE
09 november 2004

Bedrijven die een eerlijk product op de markt willen zetten, kunnen corruptie niet tolereren. Dat heeft minister Van Ardenne tijdens de EU-conferentie over maatschappelijk verantwoord ondernemen op dinsdag 09 november in Maastricht gezegd. “Corruptie is stelen van de armen. Alleen een kleine elite vaart er wel bij en het vertraagt de economische en democratische ontwikkeling”, aldus Van Ardenne. Omdat maatschappelijk verantwoord ondernemen in de eerste plaats een verantwoordelijkheid is van het bedrijfsleven, roept de minister in het bijzonder bedrijven op om een anti-corruptiecode te ontwikkelen. Bedrijven die in het buitenland investeren kunnen met zo’n code duidelijk maken dat ze zich op geen enkele manier in willen laten met corruptie. “Alleen als we de mensen in ontwikkelingslanden een eerlijke kans geven mee te doen, kan er sprake zijn van eerlijke competitie en een duurzame toekomst”, aldus de minister.

Naast bedrijven kunnen ook overheden en consumenten een bijdrage leveren. Een wervelende modeshow van de kledinglijn van Kuici illustreerde dat. Deze kleding is eerlijk geproduceerd, met aandacht voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor de katoenboeren en voor de naaisters in de ateliers. En in de productie van deze kledinglijn worden minder bestrijdingsmiddelen gebruikt in de katoenteelt. Bij deze kledingproductie is dus aandacht voor zowel de ‘profit’ als de ‘planet’ als de ‘people’.
Minister Van Ardenne stapte ook zelf de catwalk op om te ‘showen’ dat eerlijke kleding zeer modieus kan zijn. Nederland behoort zelfs tot de koplopers als het gaat om eerlijke kleding; 80% van de Nederlandse bedrijfskleding wordt op een eerlijke manier geproduceerd. Alleen al de Kuici-kleding is in ruim 400 winkels in Nederland te koop en het aantal verkooppunten groeit nog steeds.

De Nederlandse overheid neemt ook verantwoordelijkheid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, door het ondersteunen van initiatieven zoals de kledinglijn van Solidaridad, of de Utz Kapeh koffie bij Albert Heijn of het initiatief van CNV om de vakbond in Nicaragua met hun kennis en ervaring te helpen. Bovendien stelt de Nederlandse overheid ook zelf eisen, in dit kader als het gaat om samenwerking met bedrijven. Bedrijven kunnen gebruikmaken van verschillende subsidieregelingen als het gaat om investeringen in ontwikkelingslanden; Nederland doet in dat kader alleen zaken met bedrijven die de OESO-richtlijn naleven. Dat betekent dat bedrijven zich moeten houden aan de gestelde richtlijnen op het gebied van milieu, arbeidsvoorwaarden en kinderarbeid. Minister Van Ardenne roept haar Europese collega’s van Ontwikkelingssamenwerking en de Europese Commissie op om deze OESO-richtlijn ook in Europa in te zetten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.
 

 
    terug naar boven  
Made-By mode van biologisch katoen

15 oktober 2004

Made-By is een nieuwe loot aan de stam van Solidaridad, dat eerder met succes de Max Havelaar-koffie en de Oké bananen introduceerde. Made-By gebruikt biologisch katoen en waar mogelijk worden de collecties onder verbeterde omstandigheden gefabriceerd. Het nieuwe duurzame label pleit voor een zo schoon en sociaal mogelijk productieproces.

Made-By start in Nederland met drie merken: jeansmerk Kuyichi, kindermodemerk Imps&Elfs en dameslabel X'-As. Mannenmodemerk State of Art bereidt zich voor op deelname en meerdere topmerken hebben zich inmiddels bij Made-By gemeld over mogelijke deelname. Made-By initiatiefnemer en Solidaridad-directeur Nico Roozen: "Met meer merken kunnen we nog meer gewicht in de schaal leggen en kunnen we consumenten, kledingproducenten en andere modemerken tonen dat je ook op een meer verantwoorde manier mode kunt maken."
Het nieuwe label wil de markt voor duurzaam geproduceerde kleding vergroten. In de textielindustrie laten sociale en milieuomstandigheden veel te wensen over. Imps&Elfs directeur Fons Cohen: "De huidige tijdgeest vraagt om een andere aanpak. Jonge ouders zijn zeer bewust en kritisch. Ze zijn erg bezig met de wereld waarin hun kind moet opgroeien. Op dit moment is 85% van onze collectie al van biologische katoen."
Het jonge duurzame modemerk ondersteunt merken bij het stap voor stap verbeteren van hun productieproces. In India, Peru en Uganda-Tunesië bouwt Made-By duurzame productieketens, waar kleding -van katoen tot eindproduct- verantwoord wordt gefabriceerd. Daarnaast biedt het Made-By label merken de kans zich te onderscheiden in de markt. Kuyichi directeur Tony Tonnaer: "Andere merken willen ook bewuster produceren, maar weten vaak niet waar te beginnen. Ik verwacht dat snel meer merken zich zullen aansluiten bij Made-By."
Het bewuste modemerk kiest voor een positie op algemene consumentenmarkt, het wil niet een kleine specifieke groep bedienen. Made-By zet zich daarom in de schaduw van merk en mode, het merk staat niet voorop in de communicatie. Mark Huis in 't Veld, directeur communicatie van Made-By: "De consument kiest in de eerste plaats voor een mooi, modieus product, de maatschappelijke meerwaarde is ondersteunend. Made-By geeft consumenten een goed gevoel op de koop toe. Het bevestigt de keuze voor een merk, versterkt loyaliteit, dát is de toegevoegde waarde."
Made-By is een label waarin modemerken, katoen- en kledingproducenten en maatschappelijke organisaties samenwerken. Made-By sluit aan bij internationaal gangbare codes voor sociale en milieu omstandigheden met onafhankelijke certificering en controle.
www.made-by.nl
 

 
    terug naar boven  
 

Biologisch katoen

14-04-2004

Er is dit jaar veel aandacht vanuit consumentenorganisaties voor milieu- en mensvriendelijk geproduceerde kleding. Bewuste consumenten eisen naast biologische voeding nu ook luid en duidelijk een aanbod van verantwoorde en modieuze kleding. Kledingmerken als Kuyichi en Patagonia gaven hieraan al enige tijd gehoor. Maar nu gaat ook Hennes & Mauritz dit jaar nog een proef doen met het aanbieden van kleding van biologische katoen.


In Zwitserland bewijst Coop, als één van de twee grootste supermarkt-concerns in het land, al enige tijd de haalbaarheid van biologische kleding. Eenderde van haar totale omzet in kleding en textiel komt van biologische kledingsartikelen, terwijl voor babykleding uitsluitend nog biologische artikelen verkrijgbaar zijn.

De gangbare teelt van katoen is zeer milieuonvriendelijk. Ze verbruikt maar liefst 20% van de wereldwijd gebruikte pesticiden. Ook de verdere verwerking van de stoffen is veelal sterk milieuvervuilend en de productie omstandigheden in kledingfabrieken zijn slecht, zoniet
mensonterend.

(Bron: Publiciteitscentrum Biologische Landbouw)
 

 
    terug naar boven  
   

 


Grootste bestelling in geschiedenis Fair Trade
 

23 augustus 2003

De Fair Trade Organisatie, gespecialiseerd in de eerlijke handel met producenten uit ontwikkelingslanden, heeft de grootste order uit haar geschiedenis binnengehaald. Post, express en logistiek bedrijf TPG heeft Fair Trade opdracht gegeven om circa 80.000 kerstpakketten, de grootste order in de Nederlandse markt, te leveren. De overeenkomst tussen Fair Trade en TPG werd gistermiddag officieel ondertekend door Yolanda Eijgenstein, voorzitter van de Raad van Toezicht van Fair Trade en Peter Bakker, bestuursvoorzitter van TPG.

De kerstpakketten zijn bestemd voor medewerkers van TPG en zijn onderdelen TPG Post, TNT Express en TNT Logistics in Nederland.

TPG heeft er in het kader van zijn beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen bewust voor gekozen dit jaar met Fair Trade in zee te gaan. De keuze sluit aan bij het streven van TPG om iets bij te dragen aan verbetering van de levensomstandigheden van mensen in ontwikkelingslanden. Fair Trade is gespecialiseerd in ‘eerlijke’ handel met producenten in ontwikkelingslanden.

Eerder kondigde TPG een lange termijn samenwerking aan met het World Food Programme, onderdeel van de Verenigde Naties. Doel van de samenwerking is om met inzet van logistieke expertise, middelen en mensen van TPG een bijdrage te leveren aan het werk van WFP in de strijd tegen honger in de wereld.

Bestuursvoorzitter Peter Bakker van TPG: "Hoewel we natuurlijk voor alles een succesvol bedrijf zijn, met 160.000 medewerkers die in meer dan 60 landen hard werken voor een goed resultaat voor de aandeelhouders, vinden wij het onze verantwoordelijkheid om waar mogelijk ook iets terug te doen voor de wereld. Wij ondersteunen daarom het goede werk van Fair Trade graag en kunnen onze mensen strakjes bovendien een mooi kerstpakket bieden met exotische lekkernijen en bijzondere produkten uit de regio’s waar ook onze eigen vrijwilligers actief zijn voor WFP, namelijk Afrika, Azië en Midden-Amerika."

Yolanda Eijgenstein, voorzitter van de Fair Trade Organisatie: "De TPG durft als multinational zijn nek uit te steken op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Dat vind ik fantastisch. De heer Bakker lijkt daadwerkelijk aandacht te hebben voor zaken die er echt toedoen. Mijn wens? Na deze voor ons belangrijke kerstpakkettenorder een structurele samenwerking door het schenken van Max Havelaar koffie voor alle TPG medewerkers. Dan wil ik wel koffiejuffrouw zijn!

Kiezen voor Fair Trade kerstpakketten en Max Havelaar koffie is een heel praktische manier van maatschappelijk én verantwoord zaken doen. En dat wordt de komende jaren dé trend in het bedrijfsleven. Je kan nu al geen blad openslaan of je komt het tegen. Ik weet zeker dat TPG met deze mega-order een voorbeeld is voor andere bedrijven. Groot en klein. Wij zijn er helemaal klaar voor. En de producenten in ontwikkelingslanden ook. Voor hen betekent dit een grote doorbraak, die tastbare positieve invloed heeft op hun dagelijkse bestaan."

Fair Trade Organisatie is marktleider van Max Havelaar koffie in de grootverbruikmarkt, Fair Trade is een groothandel voor de 400 Wereldwinkels en beheert een eigen franchiseketen onder de naam Fair Trade Shops. Ze importeert en verkoopt zowel food als non-food producten uit ontwikkelingslanden die volgens de normen van maatschappelijk verantwoord ondernemen worden ingekocht. De omzet in 2002 bedroeg €19 miljoen, een stijging van bijna 10% ten opzichte van 2001.

TPG N.V. verleent wereldwijd, onder de twee merknamen TNT en Koninklijke TPG Post, een breed scala aan post-, express en logistieke diensten. De onderneming heeft ruim 160.000 medewerkers in 62 landen en is in meer dan 200 landen actief. De omzet in 2002 bedroeg ruim €11,7 miljard, een groei van 5% ten opzichte van 2001. De omzet is gedurende het eerste halfjaar van 2003 met 1% gestegen. TPG N.V. is genoteerd aan de beurzen van Amsterdam, New York, Londen en Frankfurt.

 

 
    terug naar boven  
   


 

Schone dienstkleding: terug naar af
Europees Parlement beperkt keuzevrijheid van overheden
voor milieu en sociale gunningscriteria.

1 juli 2003

Woensdag 2 juli 2003 zal het Europees parlement zich in plenaire zitting uitspreken over een nieuwe Europese Richtlijn voor overheidsopdrachten. Als het Europees Parlement het voorstel dat op tafel ligt ongewijzigd goedkeurt, dan dreigt de keuzevrijheid van overheden zo sterk beperkt te worden dat het in de toekomst voor lokale overheden onmogelijk wordt sociale en ecologische criteria in acht te nemen bij de inkoop van veel zaken zoals bijvoorbeeld dienstkleding.
De laatste jaren werd het aankoopbeleid van de overheid steeds meer gebruikt als een concrete manier om iets te doen aan duurzame ontwikkeling. De overheid heeft hier niet alleen een voorbeeldfunctie te vervullen. Overheidsopdrachten zijn goed voor 16% van het Bruto Binnenlands Product in de Europese Unie. De overheid kan dus wel degelijk het verschil helpen maken door bij overheidsopdrachten sociale en ecologische overwegingen te laten meespelen. De Clean Clothes Campaign is al enige jaren bezig gemeenten te bewegen duurzame bedrijfskleding voor hun diensten in te kopen. Tientallen gemeenten zijn bezig beleid te ontwikkelen en te verbeteren om schone werkkleding aan te kunnen schaffen. Ook in andere Europese landen wordt hier succesvol aan gewerkt. Overheidsinstellingen kunnen echter niet zo maar beslissen wat ze aankopen, maar zijn gebonden aan een sterk wettelijk kader.
Een groep orthodoxen binnen de Europese commissie kan zich echter met deze evolutie niet verzoenen. In tegenstelling tot deze christendemocraten stellen wij dat het juridisch mogelijk moet zijn ook sociale gunningscriteria te stellen zonder dat deze discriminatoir kunnen zijn of aanleiding kunnen geven voor nationale protectionistische aanbestedingscriteria.
Bij het opstellen van een nieuwe richtlijn op de openbare aanbestedingen in 2000 probeerde de Commissie bij de gunningscriteria alleen financieel-economische factoren te laten meespelen. Dit zou betekenen dat alleen de goedkoopste offerte gehonoreerd zou mogen worden, ook al zijn de productieomstandigheden strijdig met maatschappelijke eisen. Deze richtlijn heeft al een hele juridische procedureslag achter de rug. In eerste lezing van het Europese Parlement werden Ecologische en Sociale overwegingen opnieuw mogelijk. Omdat De Raad, noch De Commissie deze visie deelden, komt het dossier nu in tweede lezing bij het Europees Parlement.
De kans is reëel dat het parlement deze keer overstag gaat. In de voorbereidende commissie van het Europees parlement was dit althans het geval. Enkel de plenaire zitting kan de zaak nu nog redden. Liberalen, socialisten en groenen lijken bereid om rekening te houden met de ruimere belangen van de gemeenschap, maar de houding van de grote christen-democratische fractie is heel onzeker. Samen met 14 internationale ngo's roept de Clean Clothes Campaign alle Europese parlementsleden dan ook op om Europa op koers te houden van duurzame ontwikkeling. Wat nu op het spel staat is niet minder dan de keuzevrijheid van nationale, regionale en lokale overheden.

http://www.cleanclothes.org
 

   
    terug naar boven  
   

Nederlandse jongeren presenteren visie op duurzame ontwikkeling


7 januari 2003


Iedereen moet weten hoe groot zijn mondiale voetafdruk is”, dat is één van de doelstellingen uit de jongerenvisie op de Nationale Strategie voor Duurzame Ontwikkeling (NSDO). De Nationale Jeugdraad presenteert deze visie op 13 januari 2003 in Nieuwspoort in Den Haag. In deze visie met de titel “Blik op de toekomst” is in 12 doelstellingen uiteengezet hoe jongeren het proces naar een duurzame samenleving zien en hoe de Nederlandse NSDO volgens hen geformuleerd moet worden. De eerste versie wordt om 15.00 uur officieel aan staatssecretaris van Geel (VROM) overhandigd.
De afgelopen twee jaar is er vanuit de Nationale Jeugdraad, en daarvoor vanuit de Nationale Jongerenraad voor Milieu en Ontwikkeling (NJMO) hard gewerkt aan een jongerenvisie op de Nationale Strategie voor Duurzame Ontwikkeling (NSDO). In deze visie formuleren jongeren concrete doelstellingen die de Nederlandse overheid volgens hen moet nastreven in het proces naar duurzame ontwikkeling. Zo vinden zij dat de NSDO in ieder geval de doelstellingen ‘kwijtschelden van de schulden van ontwikkelingslanden’ en ‘iedereen moet weten hoe groot zijn mondiale voetafdruk is’, moet bevatten. Nederlandse jongeren hopen dat de nieuwe regering de noodzaak inziet van het formuleren en naleven van een ambitieuze NSDO, en dat de jongerenvisie “Blik op de toekomst” haar daarbij zal inspireren. Zij verwachten een concreet, onderbouwd plan met duidelijke en ambitieuze doelstellingen gericht op een duurzame toekomst.
In de week voor de verkiezingen, op 13 januari van 15.00 tot 16.00 uur wordt de jongerenvisie “Blik op de toekomst” gepresenteerd in Nieuwspoort, Den Haag. Het doel van deze presentatie is politici op de hoogte te stellen van de ideeën die Nederlandse jongeren hebben over de NSDO. Jongeren willen de politiek uitlokken om concrete toezeggingen te doen. Als afsluiting zullen alle genodigden gevraagd worden hun mondiale voetafdruk te berekenen. De mondiale voetafdruk is het meetinstrument om het eigen consumptiepatroon te berekenen. Het laat op een duidelijke wijze zien hoeveel ruimte een persoon nodig heeft om te voorzien in zijn of haar eigen consumtpiebehoefte. Kijk voor meer informatie over de mondiale voetafdruk op www.voetafdruk.nl.
Bij de presentatie zullen o.a. aanwezig zijn; staatssecretaris van Geel, Wijnand Duyvendak van Groenlinks, Krista van Velzen van de SP, Liesbeth Spies van het CDA en Boris van der Ham van D’66 en Diederik Samsom van de PvdA.

nationale jeugdraad

   
   
    terug naar boven  
   

Tot het rijtje eerlijke producten, behoort nu ook de fair jeans uit Latijns Amerika. Kuyichi-jeans staat voor schonere katoen uit Peru, sociaal verantwoorde productie in kledingateliers in Mexico en Brazilië en producenten die een goede prijs krijgen.
En hij ziet er nog ‘stoer’ en ‘sexy’ uit ook.

De Kuyichi-kleding (jeans en andere ‘eerlijke kleding’) is in verscheidene Nederlandse steden te koop.

Kuyichi staat garant voor een leefbaar loon, minimumleeftijden, democratische organisatiemodellen, een gelijke beloning voor vrouwen en mannen, goede medische voorziening, kinderopvang, verlofregelingen, arbeidsveiligheid en hygiëne.

Maar de arbeidsomstandigheden kunnen goed zijn en het milieu minder vervuild, bij de modegevoelige consumenten telt in eerste instantie het uiterlijk van de broek. En daar zijn mode-experts positief over.

Het kledingbedrijf Kuyichi, dat in 1998 met behulp van het Nederlandse Solidaridad werd opgezet, Het bedrijf betaalt een substantieel betere prijs aan de ateliers. Zo krijgen katoenboeren uit Latijns Amerika op de wereldmarkt 85 dollar voor een baal katoen. Kuyichi betaalt 115 dollar per baal; een verbetering van 35 procent.

Voor het maken van de kleding wordt gemiddeld 0,90 dollar betaald. Kuyichi betaalt 3 dollar. Dat is een verbetering van 233 procent.

Het milieu wordt gespaard door het verwerken van biologische katoen en het filteren van de gebruikte bleekmiddelen, verf- en fixeerstoffen bij de afwatering in de jeanswasserij.

Doordat de producenten van Kuyichi-spijkerkleding een goede prijs krijgen, kunnen zij onder meer investeren in moderne apparatuur, menskracht en kennis. Bedrijfsmatig gezonde ateliers hebben meer kans het hoofd boven water te houden en duurzame werkgelegenheid te creëren.

De Peruaanse katoenboeren van Oro Blanco (Wit Goud, doelend op katoen) verwachten door de omschakeling naar biologische teelt en de verkoop onder eerlijke handelsvoorwaarden aan het kledingbedrijf Kuyichi hun situatie te kunnen verbeteren. Het vervaardigen van de jeans vindt plaats bij bedrijven in Zuid-Brazilië en Mexico.

Tot eind 2002 verwacht Kuyichi 120.000 jeans in Nederland te verkopen. Iets meer dan de helft daarvan, 65.000 stuks, zullen door de Braziliaanse CooperJeans en CooperFinishing geproduceerd worden. Xhiiña Guidxi in Mexico levert 20.000 spijkerbroeken. De resterende 30 procent is voorlopig afkomstig uit Spanje en Portugal.

In 2003 zullen alle jeans in Mexico en Brazilië worden geproduceerd, gewassen, gestreken en gelabeld.

 

   
    terug naar boven  

 

 

 





 

Kids doneren

Kids for Animals geeft
€ 1000,- aan Streekdierentehuis VPGO
 

11-12-2002

Kids for Animals schenkt duizend euro aan het Streekdierentehuis VPGO in Spijkenisse. Kids for Animals is de jeugdclub van de Dierenbescherming. Het geld is afkomstig uit de Dierenhulpspaarpot.

Anno 2002 is het alweer 20 jaar geleden dat het Streekdierentehuis in Spijkenisse werd geopend. Het geld zal dan ook gebruikt worden om het asiel op te knappen. Naast honden en katten, worden er namelijk nog diverse knaagdieren opgevangen ( konijnen, tamme ratjes, fretten e.d. ). Na de uitreiking van de cheque krijgen de aanwezige kinderen een rondleiding en uitleg over het asiel.

Kids for Animals telt landelijk inmiddels zo’n 35.000 leden. Het lidmaatschap kost tien euro per jaar. Daarvoor krijgen kinderen zes keer per jaar een clubblad en een verrassend welkomstpakket. Meer informatie is te vinden op www.kidsforanimals.nl.
 

 

 
   
    terug naar boven  
   

 

 

Zwemmen in natuur-water kan ongezond zijn
 

Er moet een andere Europese norm komen voor de mate van verontreiniging van natuur-zwemwater met menselijke of dierlijke uitwerpselen. De gezondheidsrisico's van deze fecale verontreiniging zijn overigens minder ernstig dan die van het vóórkomen van cyanobacteriën. De overheid doet er goed aan de beheersmaatregelen op dit terrein onder te brengen in een 'veiligheidsketen',waarin planmatige voorbereiding voorop staat. Dit schrijft de Gezondheidsraad in een vandaag verschenen advies aan de Minister van VROM. Het advies bevat gespecificeerde aanbevelingen voor het beheersen van uiteenlopende microbiële risico's voor waterrecreanten.

Van nature bevat oppervlaktewater - plassen, rivieren, andere watergangen, zeewater voor de kust, enzovoort - ziekmakende micro-organismen. Daar komen nog bacteriën uit menselijke of dierlijke fecaliën bij. Een uit 1976 daterende Europese richtlijn voor het beheersen van de fecale verontreiniging van natuur-zwemwater is aan herziening toe. Met het oog daarop heeft de Minister van VROM de Gezondheidsraad om advies gevraagd.
De Gezondheidsraad pleit voor meer systematiek in het toezicht van de overheid en neemt ook de belangrijkste andere - niet-fecale - microbiële gezondheidsrisico's voor zwemmers en baders in natuur-zwemwater in ogenschouw. De bepleite systematische aanpak is die van een 'veiligheidsketen', waarvan de eerste fase of schakel de belangrijkste is. Die fase wordt gekenmerkt door planmatige voorbereiding: aan de hand van meetuitkomsten en gegevens over vervuilingsbronnen wordt, voor een bepaalde locatie, een risicoprofiel vastgesteld op grond waarvan de overheid besluit of die locatie al dan niet geschikt is als zwemwater. Valt die beslissing positief uit dan volgt het vastleggen van beheersmaatregelen die samen de rest van de keten vormen: preventie, (voorbereiding van) 'repressie' en nazorg. Repressieve maatregelen zijn onder meer het elimineren van vervuilingsbronnen, het informeren of adviseren van het publiek of het instellen van een zwemverbod ter plaatse. Volgens de Gezondheidsraad zal een zwemverbod slechts in uitzonderlijke gevallen nodig zijn. De Europese richtlijn berust op de veronderstelling dat er vaste verhoudingen zijn tussen de mate van fecale verontreiniging en de concentraties van twee zogeheten indicator-organismen, te weten 'totaal coliforme bacteriën' en 'thermotolerante bacteriën van de coligroep'. Bij overschrijding van de voor deze indicatoren vastgelegde norm moet een zwemverbod worden ingesteld. Volgens de Gezondheidsraad is sedert 1976 uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat hier andere microbiële indicatoren de voorkeur verdienen, namelijk de concentraties van 'intestinale enterokokken' en die van 'Escherichia coli'. De Raad geeft hiervoor een normstelling aan die een verscherping betekent ten opzichte van de op dit moment nog geldende Europese richtlijn, maar vindt het gezondheidsrisico - het optreden van maagdarmklachten - niet ernstig genoeg om bij overschrijding van die norm direct een zwemverbod uit te vaardigen. Volgens het advies vraagt het vóórkomen van cyanobacteriën - vaak ten onrechte blauwalgen genoemd - in natuur-zwemwater ten minste evenveel aandacht als dat van fecale micro-organismen. Sommige soorten produceren een gifstof die leverschade kan veroorzaken. Overschrijding van de norm die de Wereldgezondheidsorganisatie voor dit toxine heeft voorgesteld, komt nogal eens voor en rechtvaardigt een zwemverbod. Preventieve maatregelen zijn nauwelijks mogelijk.



Gezondheidsraad

 
   
    terug naar boven